Mijn Passie

Log hier in met je Entree account

Inhoud

Inleiding

Het begrip goederen heeft in het juridische taalgebruik een ruimere betekenis dan in het normale spraakgebruik. Goederen zijn zaken en vermogensrechten. Deze omschrijving zegt nog niet zoveel en daarom zullen we in deze leereenheid de begrippen nader uitwerken.

Bron: Video Centrum Nederland, Soest

Van welke zaken is de discjockey in het filmpje de eigenaar?

De discjockey van Café Breakaway zegt in het filmpje dat hij zijn eigen cd's heeft meegenomen. Dit betekent dat hij de eigenaar van die cd's is. Alle apparatuur en de software waarmee hij werkt zijn eigendom van de eigenaar van Café Breakaway.

Deze theorie gaat over:

  • Onroerende zaken, roerende zaken en registerzaken;

  • Het verschil tussen eigendom, bezit en houderschap;

  • Hoe je eigenaar wordt van roerende en onroerende zaken;

  • Hoe je vorderingen op zaken kunt overdragen;

  • Hoe je iets kunt terugkrijgen als je het kwijt bent of als het is gestolen.

Zaken ↑Naar boven

Zaken zijn stoffelijke voorwerpen waar jij de baas over bent. Het is belangrijk om te weten of iets juridisch een zaak is, omdat je alleen van zaken eigenaar kunt zijn. Als het gaat over rechten (bijvoorbeeld het auteursrecht, het merkenrecht) dan heet zo iemand geen eigenaar maar rechthebbende. In de praktijk wordt vaak gesproken over de eigenaar van een recht, en juridisch zijn er nauwelijks verschillen tussen een eigenaar en een rechthebbende.

Mensen vallen dus niet onder het juridische begrip zaak, omdat de slavernij al lang geleden is afgeschaft. Dieren daarentegen zijn wel zaken, voor zover je er macht over uitoefent. De wilde zwijnen op de Veluwe zijn juridisch gezien geen zaak. Niemand oefent er namelijk de macht over uit, ook al is het gebied waarin zij leven omheind. Het wilde zwijn kan daarom ook geen eigenaar hebben. Dus als een wild zwijn tegen jouw auto botst, kun je de schade nergens verhalen. De schade die een dier toebrengt kun je namelijk alleen verhalen bij de eigenaar van het dier. Het is dan maar te hopen dat je daarvoor verzekerd bent.

Aangereden terriër total loss verklaard

Van onze correspondent
PUTTERSHOEK - "Juridisch gezien is een hond een zaak, zoals een auto. En wanneer de herstelkosten hoger zijn dan de dagwaarde, kan de hond als total loss worden beschouwd."

Die kille boodschap kreeg Dirk Snaayer uit Puttershoek van Europeesche Verzekeringen nadat de kroegbaas een klant aansprakelijk had gesteld voor het aanrijden van zijn hond Duck. "De automobilist zag Duck, die al zeven jaar voor het café ligt, over het hoofd. Ik wilde de kosten van de dierenarts verhalen." Europeesche Verzekeringen weigert echter om over de brug te komen. De rekening bedraagt 1000 euro, maar in geval van wettelijke aansprakelijkheid zal de uitkering beperkt blijven tot de dagwaarde van de hond.

Bron: De Telegraaf 15 sep 2008

Het begrip zaak valt uiteen in twee soorten:

  1. onroerende zaken;

  2. roerende zaken.

Dit onderscheid wordt gemaakt omdat er een verschil is in de manier waarop je eigenaar wordt van onroerende zaken of van roerende zaken. Bovendien wordt op onroerende zaken een ander zekerheidsrecht (hypotheek) gevestigd dan op roerende zaken (pandrecht).

Onroerende zaken

Onder onroerende zaken verstaat de wet grond en alles wat daar duurzaam mee verbonden is. Je kunt dan denken aan gebouwen, bomen en struiken, lantaarnpalen, schuttingen et cetera.

Roerende zaken

Roerende zaken zijn alle zaken die niet onroerend zijn. Voorbeeld zijn tafels, stoelen, boeken, bestek en mobiele telefoons. De definitie van roerende zaken lijkt simpel, maar er zit meer achter. We kennen namelijk ook het begrip bestanddelen.

De onroerende zaken op deze foto zijn, de grond, de bestrating, het pand, de bomen en struiken de (vaste) verlichting, etc. Roerende zaken zijn het terrasmeubilair en het (losstaande) reclamebord.

Bestanddeel

Een bestanddeel is:

  1. een roerende zaak die aan een andere zaak vastzit, en wel zo dat bij verwijdering ernstige schade ontstaat. De verwarmingsradiator die aan de muur vastzit, is een bestanddeel. Net zoals de cafébar die met bouten in de grond bevestigd is.

  2. óók de roerende zaak die volgens algemeen gebruik bij een andere zaak hoort. Bijvoorbeeld de dop van een pen, het deksel van een doos, de sleutel van een slot.

Als een zaak als bestanddeel wordt aangemerkt, heeft dat juridische gevolgen.

  • De eigenaar van de hoofdzaak is automatisch eigenaar van het bestanddeel en

  • als de hoofdzaak onroerend is, wordt het bestanddeel ook onroerend.

Dit kan tot hele vreemde situaties leiden.

Stel jij verwisselt jouw oude versleten autobanden met de banden van een nieuwe auto die naast jou geparkeerd staat. Op het moment dat jij die nieuwe banden onder jouw auto gemonteerd hebt, zijn het jouw banden geworden. De auto is namelijk de hoofdzaak en jij bent eigenaar van de hoofdzaak en automatisch ook eigenaar van de bestanddelen (banden). Dit alles betekent niet dat je nu maar straffeloos dit soort dingen kunt doen. De eigenaar van de nieuwe auto kan weliswaar zijn banden, die onder jouw auto zitten, niet als eigenaar terugeisen. Maar op grond van een onrechtmatige daad kan hij wel schadevergoeding eisen al dan niet in combinatie met een eis tot herstel in de oude toestand. Bovendien is er sprake van een strafbaar feit (diefstal) en kan veroordeling door de strafrechter volgen. Dat geldt ook voor de oorspronkelijke eigenaar. Hij mag ‘zijn’ banden dus niet terugstelen van de nieuwe eigenaar. Als hij dat wel doet, maakt hij zich schuldig aan eigenrichting (zelf voor rechter spelen). Eigenrichting wordt door de rechter zwaar bestraft, omdat men niet wil dat het recht van de sterkste gaat gelden.

Registerzaken

Registerzaken zijn de onroerende zaken en die roerende zaken waarvan de eigendomsoverdracht wordt vastgelegd in openbare registers. Het gaat dan om vliegtuigen die geregistreerd worden in het luchtvaartregister, en schepen die geregistreerd zijn in het scheepsregister. Vroeger werden schepen groter dan 20 ton laadvermogen geregistreerd, maar tegenwoordig kunnen eigenaren van kleinere schepen ook hun schip laten registreren. Schepen en vliegtuigen zijn en blijven roerende zaken, maar worden door de registratie, behandeld als onroerend. Dat betekent onder meer dat bij eigendomsoverdracht de tussenkomst van een notaris vereist wordt. Ook kun je op een vliegtuig of een geregistreerd schip een hypotheek vestigen.

Een schip wordt als onroerend behandeld als het geregistreerd is.

Vermogensrechten ↑Naar boven

Vermogensrechten zijn rechten die kunnen worden uitgedrukt in geld en die over te dragen zijn. Het auteursrecht of het recht op de huursom zijn hier voorbeelden van. Echter niet alle rechten zijn vermogensrechten. Er zijn ook rechten die je niet kunt overdragen en die persoonsgebonden zijn, zoals recht op je naam of lidmaatschap van een vereniging.

Vermogensrechten zijn onder te verdelen in:

  1. absolute rechten;

  2. relatieve rechten.

Absolute rechten zijn de rechten die door een ieder gerespecteerd moeten worden en die je ten opzichte van iedereen kunt waarmaken. Als je eigenaar bent van een fiets, moet iedereen van die fiets afblijven, tenzij je daar toestemming voor geeft. Iedereen moet jouw eigendomsrecht respecteren en als daar inbreuk op gemaakt wordt, dan levert dat een onrechtmatige daad op. Het auteursrecht, het recht op een handelsnaam, het merkenrecht zijn ook absolute rechten.

Relatieve rechten zijn de rechten die je slechts ten opzichte van één persoon (of groep personen) kunt waarmaken (afdwingen). Als jij een computer koopt, heeft de verkoper recht op geld van jou en niet van een toevallig voorbijkomende voetganger. De relatieve rechten zijn meestal ontstaan doordat er een overeenkomst is gesloten.

Eigendom, bezit en houderschap ↑Naar boven

Eigendom

Als je mensen de keuze geeft tussen eigendom of huren van een zaak, zal het overgrote deel kiezen voor eigendom. De reden is dan meestal dat je niemand toestemming hoeft te vragen als je iets met je eigendom wilt doen. Je mag de zaak weggeven, vernietigen, een andere kleur geven, verkopen et cetera. Kortom, je hebt de vrijheid om te doen en te laten wat je wilt.

Die vrijheid wil niet zeggen dat je alles met je zaak kunt doen wat je wilt. Je zult je natuurlijk wel moeten houden aan wettelijke regels en de rechten van anderen respecteren. Als je een auto hebt, kun je niet zeggen dat je niet voor een rood stoplicht wilt stoppen. En als je een geluidsinstallatie hebt, mag je die niet met vol vermogen voor het open raam zetten.

Je kunt dus zeggen dat eigendom het meest complete recht is om te doen en laten wat je wilt met een zaak. Je wordt hierbij alleen beperkt door de wet en rechten van anderen.

Als je zaak je eigendom is, bepaal jij wat je ermee doet.

Bezit

Als we spreken over bezit, gaat het over het uitoefenen van de feitelijke macht over een zaak en de indruk wekken dat jij de eigenaar bent. Meestal vallen eigendom en bezit samen, maar het wordt een probleem als eigendom en bezit gescheiden zijn. Als dat zo is, kun je de bezitter omschrijven als iemand die de feitelijke macht uitoefent en doet alsof hij eigenaar is, terwijl hij dat niet is. Het meest duidelijke voorbeeld is de dief. De dief heeft de zaak in zijn macht en doet alsof hij eigenaar is, terwijl hij dat niet is. Nu kan het ook zo zijn, dat je denkt eigenaar te zijn van een zaak, maar bij nader inzien ben je dat niet.

We kennen daarom twee soorten bezitters:

  1. bezitter te goeder trouw;

  2. bezitter te kwader trouw.

Bezitter te goeder trouw

Deze persoon is ervan overtuigd dat hij eigenaar is, maar is het niet. Je hebt bijvoorbeeld iets in de winkel gekocht, wat achteraf gestolen blijkt te zijn geweest. De bezitter te goeder trouw wordt in het recht beschermd en het uitgangspunt is ook dat de bezitter te goeder trouw is.

Bezitter te kwader trouw

Deze persoon weet heel goed of kan vermoeden dat hij geen eigenaar is (terwijl hij zich toch als eigenaar opstelt). Om te bepalen of iemand te kwader trouw is, wordt niet alleen gekeken naar de prijs die betaald is, maar ook naar de omstandigheden waaronder je de zaak verkregen hebt. Als je op een parkeerterrein uit de kofferbak van iemand een dvd-speler koopt, is de kans erg groot dat het geen zuivere koffie is. Ook de dief en de heler zijn voorbeelden van bezitters te kwader trouw.

Anders dan bij de bezitter te goeder trouw, wordt de bezitter te kwader trouw niet beschermd in het recht als de eigenaar zijn eigendom opeist. Het is wel zo dat kwade trouw moet worden bewezen en zolang dat niet zo is gaan we uit van goede trouw.

Een dief is een bezitter te kwader trouw.

Houderschap

Houderschap wil zeggen dat je de feitelijke macht over een zaak uitoefent, maar toegeeft dat je de eigenaar niet bent. Dat laatste maakt juist het verschil met bezit. Als je een zaak leent of huurt, ben je houder van die zaak. Ook van de spullen die je gekocht hebt met eigendomsvoorbehoud, ben je houder. Als je iets vindt en je meldt dat, dan ben je houder. Meld je het niet, dan ben je bezitter te kwader trouw.

Hoe word je eigenaar? ↑Naar boven

Er zijn meerdere manieren om eigenaar te worden en er is ook nog verschil tussen het eigenaar worden van roerende zaken en onroerende zaken.

Onroerende zaken

Eigenaar kun je worden door:

  1. Erven. Als je het huis van je ouders erft, ben je eigenaar op het moment dat je de erfenis aanvaardt.

  2. Natrekking. Hiervan is sprake als een roerende zaak bestanddeel wordt van een onroerende zaak. De verwarming die je monteert in je woning, wordt jouw eigendom, ook al is de verwarming geleverd onder eigendomsvoorbehoud.

  3. Verjaring. Dit betekent dat door tijdsverloop de eigendom overgaat. Als je bezitter te goeder trouw bent van een stuk grond, word je na tien jaar onafgebroken bezit eigenaar. Aan de goede trouw wordt in dit geval hoge eisen gesteld, want bij het kadaster is te zien wie de eigenaar is van een stuk grond. Als je ook maar de minste twijfel hebt of moet hebben, is er geen sprake van goede trouw.

  4. Overdracht. Dit is de meest voorkomende manier om eigenaar te worden. Voor een geldige overdracht stelt de wet drie eisen:

    • beschikkingsbevoegdheid van de persoon die overdraagt;

    • geldige titel;

    • levering.

Beschikkingsbevoegdheid

Normaal gesproken is de eigenaar beschikkingsbevoegd. Het kenmerk van eigendom is dat jij het recht hebt om te bepalen wat met jouw eigendom gebeurt. Dus jij mag ook het eigendomsrecht overdragen aan een ander. Het kan ook zijn dat iemand anders beschikkingsbevoegd is om jouw eigendom over te dragen. Bijvoorbeeld je hebt iemand gemachtigd om jouw huis te verkopen omdat je zelf in het buitenland zit.

Geldige titel

Met titel wordt bedoeld de reden van de eigendomsoverdracht. Dat er een eigendomsoverdracht plaatsvindt, heeft een oorzaak. De meest voorkomende titel (reden) is natuurlijk koop. Dus je wordt geen eigenaar door te kopen, maar kopen is de aanleiding dat je eigenaar wordt. De bedoeling van kopen is wel om eigenaar te worden, maar je wordt pas eigenaar door de overdracht.

Andere vaak voorkomende titels zijn:

  • erven (je krijgt een legaat);

  • ruilen;

  • schenken.

Heel af en toe kan ook een rechterlijke uitspraak een titel voor overdracht opleveren. Hierbij kun je denken aan een vonnis, waarin de rechter beslist dat jij een (on)roerende zaak aan iemand anders moet afstaan.

Levering

Levering kun je zien als de weg waarlangs de eigendomsoverdracht tot stand komt. De levering bij onroerende zaken gebeurt door het inschrijven van een notariële akte (transportakte) in het hypotheekregister. Dit openbare register is te vinden bij het kadaster. Pas op het moment dat de akte is ingeschreven, is de eigendomsoverdracht voltooid. Vanaf dat moment ben je eigenaar geworden en geen minuut eerder.

Op het moment dat je huis is ingeschreven in het openbare register van het kadaster, ben je eigenaar.

Je ziet dat voor de overdracht van onroerend goed niet vereist is dat er betaling plaatsvindt. Die betaling kan op een heel ander moment zijn; van tevoren, bij levering of pas achteraf. Dus voor alle duidelijkheid: door betaling word je geen eigenaar!

Roerende zaken

Je kunt op meerdere manieren eigenaar worden van een roerende zaak.

  1. Erven. Je erft een gouden horloge van je opa.

  2. Natrekking. Hiervan is sprake als een roerende zaak bestanddeel wordt van een andere roerende zaak. De spoiler die je op je auto monteert, wordt jouw eigendom door natrekking. Ook al was de spoiler niet van jou.

  3. Verjaring. De bezitter te goeder trouw wordt na drie jaar eigenaar van de roerende zaak die hij in zijn bezit heeft. Na die tijd wordt hij beschermd tegen aanspraken van de (voormalig) rechtmatige eigenaar. De bezitter te kwader trouw wordt pas eigenaar na twintig jaar. Na zo'n lange tijd kan er geen terugvordering meer plaatsvinden.

  4. Vinden. Als je iets vindt, moet je dat aangeven bij de bevoegde instantie (politie). Als je dat doet, ben je vanaf dat moment houder van de gevonden zaak. Als na één jaar de eigenaar zich niet gemeld heeft, ben je automatisch eigenaar geworden van die zaak. Meldt de eigenaar zich wel binnen dat jaar, dan moet hij jou een redelijke beloning geven. Wat redelijk is, hangt af van de waarde van de gevonden zaak en van de welstand van de eigenaar. Als mensen zeggen dat je recht hebt op 10% van de waarde, is dat niet gebaseerd op een wettelijke regeling. Als je iets vindt en je geeft het niet aan, ben je bezitter te kwader trouw geworden.

  5. Overdracht. Ook bij roerende zaken is overdracht de meest voorkomende manier om eigenaar te worden. De eisen van beschikkingsbevoegdheid, geldige titel en levering zijn ook bij de overdracht van roerende zaken voorgeschreven. Als aan een van deze eisen niet voldaan wordt, heeft er geen rechtsgeldige overdracht plaatsgevonden. Wel is het zo dat de levering op een andere manier plaatsvindt dan bij onroerende zaken.

Als je dit kettinkje van je oma hebt geërfd, ben je de eigenaar geworden.

Levering van roerende zaken

  • feitelijke levering

    • Meestal vindt de levering plaats doordat de zaak wordt overhandigd. Dit noemen we dan feitelijke levering. De feitelijke levering kan ook op symbolische wijze plaatsvinden door bijvoorbeeld de sleutel van de gekochte auto te overhandigen.

  • levering met de korte hand

    • Als er sprake is van eigendomsvoorbehoud (bijvoorbeeld bij huurkoop) of je leent of huurt spullen dan ben je houder van die spullen. Als je dan eigenaar wilt worden, is feitelijke levering niet mogelijk. Je hebt de spullen immers al. De levering vindt dan plaats door wilsovereenstemming tussen eigenaar en houder. Dit heet levering met de korte hand.

  • levering met de lange hand

    • Het kan ook voorkomen dat de eigenaar een roerende zaak heeft uitgeleend of verhuurt aan een houder en dat iemand anders eigenaar van die roerende zaak wil worden. De houder blijft dan houder van de roerende zaak, alleen is er een wisseling van eigenaar. Ook hier vindt de levering plaats door middel van wilsovereenstemming. Het is wel verstandig de houder op de hoogte te brengen dat er een nieuwe eigenaar van de roerende zaak is. Deze levering heet levering met de lange hand.

  • levering c.p.

    • De omgekeerde situatie van de levering met de korte hand doet zich voor als je iets koopt en je laat het nog voor enige tijd bij de verkoper staan. Je zoekt bij de groothandel een nieuwe kachel uit, maar voor ze hem komen brengen, moet je de keuken nog even aanpassen. In deze situatie wordt de oorspronkelijke eigenaar (groothandel) houder van de roerende zaak. Hij gaat dan houden voor de nieuwe eigenaar. Dit heet levering c.p. (de afkorting c.p. staat voor constitutum possessorium; een Latijnse term die nooit voluit gebruikt wordt).

Eigendomsoverdracht van vorderingen ↑Naar boven

Als je van iemand (debiteur) geld te goed hebt, zegt de wet dat je die geldvordering kunt overdragen aan een ander. Daar zijn natuurlijk wel bepaalde regels voor. Uitgangspunt is dat de debiteur geen bezwaar kan maken tegen die overdracht. Het moet voor hem niets uitmaken of hij aan de een of aan de ander betaalt. Hij moet alleen maar aan zijn betalingsverplichting voldoen. De twee belangrijkste vorderingen die we kennen, zijn:

  1. vordering op naam;

  2. vordering aan toonder.

Vordering op naam

Een vordering op naam is een schuldbekentenis waarin de naam van de schuldeiser vermeld staat (dat de naam van de schuldenaar erin staat is vanzelfsprekend, anders weet je niet wie moet betalen). Als een vordering op naam overgedragen wordt aan een ander, moet daar een schriftelijke verklaring van opgemaakt worden. Dit heet een akte van cessie (letterlijk vertaald betekent dit akte van overdracht). Hiervoor hoef je niet naar de notaris, want partijen kunnen die zelf opstellen. Het is wel nodig dat de schuldenaar op de hoogte gebracht wordt van de overdracht. Anders gaat hij aan de verkeerde persoon betalen. Het op de hoogte brengen van de schuldenaar van de overdracht (van een vordering op naam) heet betekenen. Het is niet van belang of de oude schuldeiser dat doet of de nieuwe. Meestal zal de nieuwe schuldeiser wel degene zijn die de schuldenaar op de hoogte stelt. Als de schuldenaar op de hoogte is gesteld, mag hij niet meer aan zijn oude schuldeiser betalen.

In de dagelijkse praktijk komt het geregeld voor dat ondernemers hun openstaande vorderingen (hun verstuurde en nog niet betaalde rekeningen) overdragen aan een daarin gespecialiseerde bank. De bank neemt dan de incasso van de uitstaande facturen over en stelt de debiteuren op de hoogte van de overdracht. Dit overnemen van uitstaande rekeningen heet factoring. Het voordeel voor de ondernemer is dat hij meteen geld ziet en geen last heeft van eventuele slecht of zelfs debiteuren die helemaal niet betalen. De bank zal wel een vergoeding willen zien voor deze overname. Zij lopen het risico dat er niet betaald wordt. De vergoeding die de bank wil, zal zij verrekenen met het totaal aan uitstaande facturen.

Vordering aan toonder

Een vordering aan toonder is een schuldbekentenis waar alleen de naam van de schuldenaar op voorkomt. De schuldenaar heeft zich bereid verklaard om te betalen aan de persoon die het papier kan laten zien (tonen). Voorbeeld van een vordering aan toonder is een bioscoopkaartje, cadeaubon of een bankbiljet. De vordering aan toonder kan op zeer eenvoudige wijze worden overgedragen. De overhandiging van de vordering is voldoende.

De eigenaar is zijn roerende zaak kwijt ↑Naar boven

Als de eigenaar van een roerende zaak niet meer het bezit daarvan heeft, dan is het de vraag of hij de zaak kan terugeisen van de nieuwe bezitter. Dat bezit kan hij bijvoorbeeld kwijtgeraakt zijn. Het kan natuurlijk ook zijn dat hij het uitgeleend of verhuurd had en de lener/huurder is de zaak kwijtgeraakt of heeft het doorverkocht.

Bezitter te kwader trouw

Uitgangspunt is in elk geval dat de bezitter te kwader trouw niet beschermd wordt als de eigenaar zijn eigendom terugeist. Gedurende twintig jaar heeft de eigenaar de mogelijkheid om de zaak terug te eisen van de bezitter te kwader trouw. Na die tijd kan de eigenaar niet meer naar de rechter stappen.

Bezitter te goeder trouw

Anders wordt het als er sprake van is dat de roerende zaak inmiddels bij een bezitter te goeder trouw terechtgekomen is. In elk geval moet de oorspronkelijke eigenaar binnen drie jaar, nadat hij zijn bezit is kwijtgeraakt, actie ondernemen. De bezitter te goeder trouw wordt immers na drie jaar eigenaar van een roerende zaak. Na die tijd heeft de oorspronkelijke eigenaar geen mogelijkheden meer om de roerende zaak terug te eisen.

Of de oorspronkelijke eigenaar binnen de drie jaar zijn roerende zaak met succes van de bezitter te goeder trouw kan terugeisen hangt af van het volgende: als de bezitter te goeder trouw betaald heeft voor de roerende zaak én hij kan vertellen van wie hij die zaak gekocht heeft (dit heet voorman noemen), dan krijgt de oorspronkelijke eigenaar de zaak niet terug. De oorspronkelijke eigenaar moet dan maar naar de verkoper gaan en daar een eis tot schadevergoeding indienen. Die eis zal gebaseerd zijn op onrechtmatige daad, omdat de verkoper inbreuk heeft gemaakt op het eigendomsrecht van de oorspronkelijke eigenaar. Het zal duidelijk zijn dat de bezitter niet kan volstaan met een vage omschrijving van de verkoper (het was een jongen met een blauwe spijkerbroek). Het moet voor de oorspronkelijke eigenaar volstrekt duidelijk zijn naar wie hij moet gaan.

Kan de bezitter te goeder trouw niet aan één van de twee eisen voldoen, dan moet hij de zaak teruggeven, zonder dat de oorspronkelijke eigenaar daarvoor hoeft te betalen. Dus als je een spelcomputer krijgt, die achteraf gevonden blijkt te zijn, moet je hem afstaan als de oorspronkelijke eigenaar hem opeist. Als je iets krijgt, betaal je er niet voor en de wetgever zegt dat in dat geval de belangen van de oorspronkelijke eigenaar sterker zijn dan jouw belangen.

Gestolen goederen

Als er sprake is van gestolen spullen, wordt de eigenaar beter beschermd als hij binnen drie jaar die spullen opeist van de bezitter te goeder trouw. De bezitter te goeder trouw mag alleen de gestolen spullen houden als hij aan alle volgende eisen voldoet:

  • Hij moet voor de spullen betaald hebben.

  • Hij moet de voorman kunnen noemen.

  • Hij moet als consument in een winkel gekocht hebben.

  • De winkel moet een gebouw zijn (dus geen internetwinkel).

  • De winkel moet normaal dit soort spullen verkopen (normaal koop je geen fiets bij de bakker).

Kan de bezitter te goeder trouw aan één of meer eisen niet voldoen, dan krijgt de eigenaar zijn spullen zonder betaling terug. De bezitter te goeder trouw moet dan maar naar de verkoper om zijn geld terug te eisen. Die eis zal gebaseerd zijn op wanprestatie van de verkoper. De verkoper heeft in dit geval niet voldaan aan de verplichting om het eigendomsrecht van de roerende zaak aan de koper over te dragen. Hij was immers geen eigenaar en kon het eigendomsrecht dan ook niet aan de koper overdragen. De koper is geen eigenaar geworden, maar bezitter te goeder trouw.

Samengevat

 

 

In samenwerking met het

© Noordhoff Uitgevers bv