Mijn Passie

Log hier in met je Entree account

Inhoud

Inleiding

Je hebt gezien hoe een financieel feit verwerkt wordt. In het systeem van dubbel boekhouden wordt een financieel feit door het invoeren in de dagboeken verwerkt tot journaalpost. Die noteer je vanuit het journaal in het grootboek. Aan het einde van de periode wordt dan vanuit het grootboek de resultatenrekening en de balans opgesteld. Tot op heden waren jullie gewend om de resultatenrekening en de balans in scontrovorm op te stellen. In de praktijk, zowel handmatig als geautomatiseerd, gaat dat anders. Daar wordt gebruikgemaakt van de zogenaamde kolommenbalans. En waarom? Omdat dit eenvoudiger is!

Automatisering is bedoeld om zaken eenvoudiger te maken.

Deze theorie gaat over:

  • Het opstellen van de proefbalans.

  • Het opstellen van een saldibalans.

  • Doorschuiven van de grootboeken, het opstellen van de resultatenrekening en de eindbalans.

De proefbalans ↑Naar boven

De kolommenbalans bestaat uit vier elkaar opvolgende ‘dubbelkolommen’:

  1. de proefbalans

  2. de saldibalans

  3. de resultatenrekening, en

  4. de eindbalans.

Er wordt altijd gestart met de proefbalans.

De proefbalans is een overzicht waarop de tellingen van alle (nog niet afgesloten) grootboekrekeningen geplaatst worden. Op de proefbalans komen zowel de balans- als resultatenrekeningen.

De werkwijze

  • de bedragen van debetzijde van de grootboekrekening tel je op. Deze telling plaats je aan de debetzijde van de proefbalans;

  • de bedragen van creditzijde van de grootboekrekening tel je ook op. De telling wordt aan de creditzijde van de proefbalans geplaatst;

Zo worden de debet- en de credittellingen van iedere grootboekrekening op de proefbalans gezet. Als alle grootboekrekeningen op de proefbalans staan, tel je de debetkolom en de creditkolom op. Je noteert de eindtellingen onder de debet- en creditkolom.

Opmerking:

  • De eindtelling van de debetkolom en de creditkolom moet gelijk zijn; de proefbalans moet in evenwicht zijn;

  • De eindtelling van de proefbalans moet gelijk zijn aan de totaaltelling van het journaal van diezelfde periode. Vandaar de naam proefbalans; met deze balans neem je de proef op de som van het journaal. Je controleert of het totale grootboek in evenwicht is.

Ook gasten die pool spelen, leveren geld op.

Stel aan het einde van de periode ziet het grootboek van Mad Mick’s Breakaway Café in Simonshaven er als volgt uit:

020 Inventaris

Debet

Credit

1/1

van balans

30.000

29/1

D.1

5.500

16/1

K.2

5.100

073 Banklening

Debet

Credit

1/1

van balans

20.000

090 Eigen Vermogen

Debet

Credit

1/1

van balans

78.000

091 Privé

Debet

Credit

17/1

P.1

1.500

24/1

B.2

800

100 Kas

Debet

Credit

1/1

van balans

17.000

12/1

K.1

1.700

24/1

K.3

2.000

16/1

K.2

5.100

27/1

K.4

35.100

101 Krediet Rekening Courant

Debet

Credit

26/1

B.2

5.800

1/1

van balans

5.000

22/1

B.1

5.110

102 ING

Debet

Credit

1/1

van balans

23.000

17/1

P.1

1.500

31/1

P.2

20.900

110 Debiteuren

Debet

Credit

1/1

van balans

13.000

24/1

B.2

7.000

160 Crediteuren

Debet

Credit

22/1

B.1

5.110

1/1

van balans

20.000

6/1

IF.1

3.500

25/1

IF.2

758

300 Voorraad keuken

Debet

Credit

1/1

van balans

2.000

19/1

D.2

1.500

26/1

B.2

2.000

24/1

D.4

2.000

310 Voorraad dranken

Debet

Credit

1/1

van balans

38.000

25/1

D.3

19.000

6/1

IF.1

3.500

27/1

D.5

18.252

25/1

IF.2

758

700 Inslag keuken

Debet

Credit

19/1

D.2

1.500

24/1

D.4

2.000

710 Inslag dranken

Debet

Credit

25/1

D.3

19.000

27/1

D.5

18.252

450 Verkoopkosten

Debet

Credit

12/1

K.1

1.700

480 Afschrijvingskosten

Debet

Credit

29/1

D.1

5.500

800 Omzet

Debet

Credit

24/1

K.3

2.000

27/1

K.4

35.100

31/1

P.2

20.900

Van iedere grootboekrekening wordt de debet- en creditzijde opgeteld en het saldo wordt op de proefbalans geplaatst. De proefbalans ziet er nu als volgt uit:

31/1 Proefbalans Mas Mick's Breakaway Café

Nr.

Grootboekrekening

Debet

Credit

010

inventaris

35.100

5.500

073

banklening

20.000

090

Eigen Vermogen

78.000

091

privé

1.500

800

100

kas

54.100

6.800

101

krediet rekening courant

5.800

10.110

102

ING

43.900

1.500

110

debiteuren

13.000

7.000

160

crediteuren

5.110

24.258

300

voorraad keuken

4.000

3.500

310

voorraad dranken

42.258

37.252

450

verkoopkosten

1.700

480

afschrijvingskosten

5.500

700

inslag keuken

3.500

710

inslag dranken

37.252

800

omzet

58.000

252.720

252.720

Checkmoment

De totaaltelling van de proefbalans zou nu overeenkomen moeten komen met de totaaltelling van het journaal.

De saldibalans ↑Naar boven

Aan de hand van de proefbalans wordt de saldibalans opgesteld. De saldibalans geeft van elke grootboekrekening het verschil weer tussen de debettelling en de credittelling.

Als van een grootboekrekening het debetbedrag op de proefbalans groter is dan het creditbedrag, wordt het verschil (saldo) in de debetkolom van de saldibalans genoteerd. Is van een grootboekrekening het creditbedrag op de proefbalans groter dan het debetbedrag, dan komt het verschil (saldo) in de creditkolom van de saldibalans. De saldibalans wordt achter de proefbalans geplaatst.

Uit de proefbalans in het voorbeeld kun je een saldibalans samen stellen. Het geheel komt er dan als volgt uit te zien:

Proefbalans

Saldibalans

Resultatenrekening

Balans

Rekening

Debet

Credit

Debet

Credit

Debet

Credit

Debet

Credit

010

inventaris

35.100

5.500

29.600

073

banklening

20.000

20.000

090

Eigen Vermogen

78.000

78.000

091

privé

1.500

800

700

100

kas

54.100

6.800

47.300

101

krediet rekening courant

5.800

10.110

4.310

102

ING

43.900

1.500

42.400

110

debiteuren

13.000

7.000

6.000

160

crediteuren

5.110

24.258

19.148

300

voorraad keuken

4.000

3.500

500

310

voorraad dranken

42.258

37.252

5.006

450

verkoopkosten

1.700

1.700

480

afschrijvingskosten

5.500

5.500

700

inslag keuken

3.500

3.500

710

inslag dranken

37.252

37.252

800

omzet

58.000

58.000

252.720

252.720

197.458

197.458

De resultatenrekening en de eindbalans ↑Naar boven

Nadat de saldibalans is opgesteld, breng je de saldi van de hoofdrekeningen naar de eindbalans met uitzondering van de rekening Eigen Vermogen.

Eén aandachtspunt: het saldo van de rekening privé komt niet verder dan de saldibalans. Dit saldo wordt verrekend met het Eigen Vermogen.

De hulprekeningen van het Eigen Vermogen worden allereerst doorgeboekt naar de resultatenrekening. Welke grootboekrekeningen zijn dat?

  • Bedrijfskosten; alle grootboekrekeningen in rubriek 4.

  • Verbruikskosten; alle grootboekrekeningen in rubriek 7.

  • Verkooprekeningen; alle grootboekrekeningen in rubriek 8 (bijvoorbeeld omzet).

  • Overige resultatenrekeningen; alle rekeningen in rubriek 9 (bijvoorbeeld incidentele opbrengsten en brutowinst op verkopen).

Je kunt dus aan het rubrieknummer zien welke grootboekrekeningen naar de resultatenrekening doorgeboekt moeten worden.

Als je alle grootboekrekeningen in rubriek 4, 7, 8 en 9 doorgeschoven hebt naar de resultatenrekening, merk je dat deze dubbelkolom niet in evenwicht is. Je moet het verschil (het saldo) noteren. Op deze manier heb je het resultaat (winst of verlies) van die periode berekend.

  • Als de debettelling kleiner is dan de credittelling, dan moet je het saldo aan de debetzijde noteren. Je hebt dan meer omzet gehad dan kosten. Er is sprake van (netto)winst.

  • Als de debettelling echter groter is dan de credittelling, dan plaats je het saldo in de creditkolom. Er is een (netto)verlies geleden; het saldo wordt aan de creditzijde geplaatst.

Dit behaalde resultaat plaats je op de onderste regel. Vandaar dat je altijd een witregel moet toevoegen bij de proef- en saldibalans.

De kolommenbalans uit ons voorbeeld wordt nu:

Proefbalans

Saldibalans

Resultatenrekening

Balans

Rekening

Debet

Credit

Debet

Credit

Debet

Credit

Debet

Credit

010

inventaris

35.100

5.500

29.600

29.600

073

banklening

20.000

20.000

20.000

090

Eigen Vermogen

78.000

78.000

87.348

091

privé

1.500

800

700

100

kas

54.100

6.800

47.300

47.300

101

krediet rekening courant

5.800

10.110

4.310

4.310

102

ING

43.900

1.500

42.400

42.400

110

debiteuren

13.000

7.000

6.000

6.000

160

crediteuren

5.110

24.258

19.148

19.148

300

voorraad keuken

4.000

3.500

500

500

310

voorraad dranken

42.258

37.252

5.006

5.006

450

verkoopkosten

1.700

1.700

1.700

480

afschrijvingskosten

5.500

5.500

5.500

700

inslag keuken

3.500

3.500

3.500

710

inslag dranken

37.252

37.252

37.252

800

omzet

58.000

58.000

58.000

saldo winst/verlies

10.048

252.720

252.720

197.458

197.458

58.000

58.000

129.806

129.806

Je kunt zien dat het Eigen Vermogen is veranderd. Dat is ook logisch, want er is immers winst gemaakt. Deze komt ten goede aan het Eigen Vermogen. Ook het saldo privé wordt verrekend in het Eigen Vermogen. Heeft de rekening privé een debetzijde dan komt het saldo in mindering op het Eigen Vermogen. Bij een creditsaldo neemt het Eigen Vermogen er door toe.

Het verschil tussen bezittingen en schulden op de eindbalans is het nieuwe Eigen Vermogen (de sluitpost of salderingsrekening).

Checkmoment

Door een zogenaamde extracomptabele berekening kun je als laatste nog controleren of het saldo van het Eigen Vermogen klopt.

090 Eigen Vermogen begin

€ 78.000

credit saldibalans

091 privé

€ 700

debet saldibalans

€ 77.300

credit

Bij: nettowinst

€ 10.048

saldo resultatenrekening

090 Eigen Vermogen eind

€ 87.348

En het klopt!

 

 

In samenwerking met het

© Noordhoff Uitgevers bv