Mijn Passie

Log hier in met je Entree account

Inhoud

Inleiding

Als je een horecabedrijf wilt beginnen, is het hebben van alleen een drank- en horecavergunning niet voldoende. Je zult te maken krijgen met een veelheid van regels en vergunningen en veel daarvan zijn per gemeente verschillend. De belangrijkste zullen in dit hoofdstuk behandeld worden.

Vergunningen houden Ramsay uit Amsterdam

Problemen met de vergunningen lijken de reden voor het uitstel van de plannen van Gordon Ramsay in het Amsterdamse Pulitzer-hotel.‘

Ik wil nog steeds graag een restaurant in Amsterdam beginnen, maar op dit moment krijgen we de vergunningen niet rond’, aldus Ramsay in De Telegraaf . ‘Het Pulitzer zit op een prachtige lokatie en ik zou er graag een restaurant beginnen, maar ik word helemaal gek van dat gedoe met die vergunningen’. Onderhandelingen over een restaurant op de eerste verdieping van het hotel gaan gewoon door, maar het project zal niet eerder dan eind 2009 van de grond komen, zegt Area Manager Nederland Kurt Renold van Pulitzer-eigenaar Starwood.

Bron: Misset Horeca 10 september 2008

Deze theorie gaat over:

  • Welke wetten er nog meer zijn naast de Drank- en Horecawet.

  • Waneer de overige wetten gelden en waar deze toe dienen.

Wet milieubeheer ↑Naar boven

Ieder horecabedrijf valt onder de regels van de Wet milieubeheer. De wet moet ervoor zorgen dat een bedrijf zo weinig mogelijk schade toebrengt aan het milieu. Je kunt hierbij denken aan geluidshinder, stankoverlast, afval, hinder van bezoekers voor de directe omgeving et cetera. In de wet is bepaald dat bedrijven die 2000 of meer bezoekers tegelijkertijd over de vloer kunnen hebben, een milieuvergunning moeten aanvragen. Je kunt dan denken aan grote congrescentra of megadancings.

Het merendeel van de horecabedrijven valt hier echter niet onder. Deze bedrijven moeten voldoen aan eisen die zijn opgenomen in een AMvB (besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen). De regels die hierin staan gaan over geluidshinder, stankhinder, terrassenafvalstoffen en indirecte hinder. De horecabedrijven die geen milieuvergunning nodig hebben, moeten een milieumelding doen bij de gemeente. Door die melding verklaart het bedrijf te voldoen aan de eisen, zoals opgenomen in de AMvB. Het spreekt vanzelf dat de gemeente controle zal uitoefenen of je ook daadwerkelijk aan de eisen voldoet en blijft voldoen.

In de wet is bepaald dat bedrijven die 2000 of meer bezoekers tegelijkertijd over de vloer kunnen hebben, een milieuvergunning moeten aanvragen. Je kunt dan denken aan grote congrescentra of megadancings.

Wet op de kansspelen ↑Naar boven

Met de regels van deze wet krijg je te maken als er speelautomaten in het bedrijf aanwezig zijn of als er bijvoorbeeld een bingo in je bedrijf georganiseerd wordt.

In horecaondernemingen staan vaak speelautomaten. Vaak is het zo dat de horecaondernemer geen eigenaar is van de speelautomaten. Hij krijgt meestal de automaten in gebruik van een bedrijf dat zich toelegt op de exploitatie van die automaten. Het bedrijf is dus de eigenaar van de automaten en geeft de automaten in gebruik aan de horecaondernemer. De exploitant (eigenaar) van de automaten en de horecaondernemer maken afspraken over verdeling van de opbrengst van de automaten. Het voordeel voor de horecaondernemer is dat hij om de paar maanden een andere automaat in zijn bedrijf krijgt. Een andere automaat betekent een nieuwe uitdaging voor de mensen die op die automaten spelen.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen kansspelautomaten en behendigheisautomaten.

Behendigheidsautomaten

Bij speelautomaten wordt onderscheid gemaakt tussen behendigheidsautomaten en kansspelautomaten. Van behendigheidsautomaten is sprake als de speler het spelproces kan beïnvloeden en het spelresultaat alleen kan leiden tot gratis spelen of tot verlenging van de speelduur (bijvoorbeeld een flipperkast). Er vindt dus geen uitkering in geld plaats.

Kansspelautomaten

Anders wordt het als het gaat om kansspelautomaten. Bij deze automaten vindt er wel een uitkering in geld of premies plaats. Je kunt dan denken aan de bekende gokkasten.

De Wet op de kansspelen heeft ook als doelstelling om gokverslaving tegen te gaan. Daarom is er een vergunningenstelsel ingevoerd.

Kansspelautomaten mogen in hoogdrempelige horecaondernemingen geplaatst worden.

Er wordt in de wet een onderscheid gemaakt tussen hoogdrempelige en laagdrempelige horeca.

De Wet op de kansspelen heeft ook als doelstelling om gokverslaving tegen te gaan. Daarom is er een vergunningenstelsel ingevoerd en ook de bedrijven waar kansspelautomaten mogen staan, zijn in de wet aangegeven.

Hoogdrempelige horeca

Van hoogdrempelige horeca is sprake als het gaat over cafés en restaurants waarvan de activiteiten in belangrijke mate gericht zijn op personen van 18 jaar en ouder. Dus de hoofdactiviteit is het schenken van alcoholische dranken al dan niet in combinatie met het verzorgen van maaltijden.

De hoogdrempelige horeca mag volgens de Wet op de kansspelen maximaal twee kansspelautomaten hebben. Daarnaast zijn er regels over de maximale inzet per spel (0,20 eurocent), de maximale uitkering per spel (maximaal 200 maal de inzet). Bovendien mag een speler gemiddeld per uur niet meer verlies lijden dan 40 euro en moet de automaat minimaal 60% van het ingeworpen bedrag uitkeren. Je hebt als horecaondernemer wel een vergunning nodig van de burgemeester als je een speelautomaat in je bedrijf wilt hebben. Zo’n vergunning heet een aanwezigheidsvergunning of opstelvergunning.

Wet op de Ruimtelijke Ordening (Wet RO) ↑Naar boven

In deze wet is vastgelegd dat gemeenten voor hun grondgebied bestemmingsplannen moeten opstellen. Bestemmingsplannen bestaan uit een kaart, voorschriften en een toelichting. In deze bestemmingsplannen wordt aangegeven wat de bestemming van dat stuk gemeentegebied is (bijvoorbeeld wonen, industrie, wegen, sportvelden, handel en nijverheid). De bestemming geeft dus aan wat er op de grond al dan niet gebouwd mag worden. Het bestemmingsplan kan ook aangeven dat er juist niet gebouwd mag gaan worden op een stuk grond. Dus in het bestemmingsplan kun je ook zien of er uitbreidingsmogelijkheden zijn voor het pand dat je op het oog hebt. De bestemmingsplannen zijn openbaar en je hebt recht op kosteloze inzage in de bestemmingsplannen. Je kunt dus altijd bij de gemeente vooraf informeren wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn. Ook kun je in het voorkomende geval zien wat de verwachte ontwikkelingen zijn voor het gebied waar het bestemmingsplan betrekking op heeft.

De bestemmingsplannen zijn openbaar en je hebt recht op kosteloze inzage in de bestemmingsplannen.

De startende horecaondernemer die een leuk horecapand op het oog heeft, doet er dus verstandig aan om eerst bij de gemeente te informeren of in dat pand wel horeca uitgeoefend mag worden en zo ja wat voor horeca. Misschien mag er alleen maar detailhandel worden uitgeoefend. Het kan dus gebeuren dat je wel een drank- en horecavergunning krijgt, maar dat je volgens het geldende bestemmingsplan geen horecabedrijf op de gewenste plek mag starten.

Ook kan het voorkomen dat een bestaand horecapand inmiddels een andere bestemming heeft gekregen. In de praktijk betekent dit meestal dat de zittende ondernemer door kan gaan, maar dat het voor een nieuwe ondernemer niet meer mogelijk is om in dat pand die activiteit door te zetten.

Opiumwet ↑Naar boven

De Opiumwet stelt het invoeren, verkopen, bereiden en bij je hebben van drugs strafbaar. Voor de horecaondernemer geldt bovendien dat als die strafbare feiten zich voordoen in zijn bedrijf, hij zijn vergunning in gevaar brengt. Nu is het in ons land wel zo dat er een gedoogbeleid bestaat als het gaat om verkoop en gebruik van softdrugs in coffeeshops. Als het gaat over harddrugs kennen we geen gedoogbeleid.

Gedoogbeleid wil zeggen dat het overtreden van bepaalde regels weliswaar strafbaar is, maar dat onder bepaalde voorwaarden niet overgegaan wordt tot strafrechtelijke vervolging.

Het gedoogbeleid voor softdrugs houdt in dat coffeeshops aan de volgende voorwaarden (richtlijnen) moeten voldoen.

  • Geen coffeeshop in de buurt bij scholen.

  • Maximale voorraad 500 gram.

  • Beperkte openingstijden.

  • Drugs en alcohol gaan niet samen, dus de handel en gebruik van softdrugs kan alleen in de droge horeca. Dat betekent dat er geen alcohol mag worden geschonken in de coffeeshop.

  • De coffeeshop moet voldoen aan de AHOJG-richtlijnen:

    • A: geen affichering (reclame maken op affiches);

    • H: geen harddrugs;

    • O: geen overlast;

    • J: geen verkoop aan jeugdigen beneden de 18 jaar;

    • G: hoeveelheden per transactie kleiner dan 5 gram.

Nu is het in ons land wel zo dat er een gedoogbeleid bestaat als het gaat om verkoop en gebruik van softdrugs in coffeeshops.

Ondanks het gedoogbeleid van de centrale overheid kan een gemeente besluiten dat er geen coffeeshops in de gemeente worden toegelaten. Het maakt dan niet uit of de coffeeshop zich al dan niet houdt aan de richtlijnen. Als een gemeente kiest voor niet-toelating van coffeeshops, dan wordt er bij overtreding door het Openbaar Ministerie overgegaan tot strafrechtelijke vervolging. In meer dan 70% van de gemeenten in Nederland is gekozen om geen coffeeshops toe te laten. Als een gemeente er wel voor kiest, dan is dat vaak gedaan om te voorkomen dat jongeren afhankelijk worden van het criminele circuit.

Gemeentelijke verordeningen ↑Naar boven

De Gemeentewet geeft in artikel 149 aan de gemeenteraad de bevoegdheid om verordeningen te maken. Verordeningen zijn wettelijke regels die van toepassing zijn binnen de gemeente waar de verordeningen zijn opgesteld. Het is dus niet zo dat in alle gemeenten in Nederland dezelfde gemeentelijke regels gelden. Een goed voorbeeld hiervan zijn de openings- en sluitingstijden. Er zijn gemeenten die geen sluitingstijden hanteren voor de horeca, terwijl daarentegen er ook gemeenten zijn waar de sluitingstijden strikt voorgeschreven zijn en gehandhaafd worden. Tot voor enige jaren geleden mochten gemeenten ook hun eigen aanvullende eisen stellen als het ging over inrichtingseisen (zie hoofdstuk Drank- en Horecawet) van horecabedrijven (artikel 10 DHW) en het gevolg was dat de afmetingen (hoogte) per gemeente konden verschillen.

Algemene plaatselijke verordening (APV)

In iedere gemeente is een APV ook wel de ‘Politieverordening’ genoemd, omdat de politie als handhaver van de regels optreedt. In deze verordening staan regels die te maken hebben met de openbare orde en veiligheid binnen de gemeente. Zo is bijvoorbeeld in de APV opgenomen dat er op straat geen alcohol genuttigd mag worden en dat de stoep geveegd moet worden als het gesneeuwd heeft. Terwijl de DHW alleen van toepassing is bij het verstrekken van alcohol is de APV ook van toepassing op bedrijven waar geen alcohol wordt geschonken (de droge horeca). De sluitingstijden voor de horeca zijn ook vaak te vinden in de APV. Als je daar van af wilt wijken, zul je een ontheffing (incidenteel afwijken) of een vergunning (permanent afwijken) moeten vragen.

Vaak wordt in de APV bepaald dat een ‘exploitatievergunning’ nodig is als je een horecabedrijf wilt starten. Het maakt dan niet uit of je al dan niet alcohol schenkt. Met deze vergunning kan de gemeente de vestiging van horecabedrijven binnen de gemeente beter reguleren. Aantasting van het woon- en leefklimaat bepaalt of de vergunning afgegeven gaat worden.

Ook het hebben van een terrasvergunning wordt vaak vereist op basis van de APV. In de DHW (artikel 11) staat alleen maar dat je een toestemming van B en W nodig hebt als je een terras hebt op de openbare weg. De APV gaat verder en stelt als uitgangspunt dat de verkeersveiligheid en openbare orde niet in gevaar mogen komen. Daarom worden voorwaarden aan de terrasvergunning verbonden wanneer het terras grenst aan de openbare weg of op de openbare weg gelegen is.

De voorwaarden hebben betrekking op:

  • alleen drankverstrekking aan personen die een zitplaats hebben;

  • voldoende verlichting;

  • geen geluidsoverlast;

  • alleen open als het horecabedrijf is geopend;

  • plicht tot schoonhouden van het terras;

  • eisen aan het terrasmeubilair.

Doetinchem: geen vergunning nodig voor terras

Voor horecaondernemers in Doetinchem is er reden tot juichen. Door geplande deregulering is het in de nabije toekomst – wellicht komend seizoen al – niet meer nodig een vergunning aan te vragen voor hun terras.

Door vaste regels voor terrassen op te stellen, mag iedere horecagelegenheid een terras aanleggen, zonder daar ieder jaar een vergunning voor aan te hoeven vragen. Die vaste regel zal er in Doetinchem uit bestaan dat de afmetingen vastliggen, en dat als stelregel de brandweer er altijd langs moet kunnen, meldt Missethoreca.nl .

Het kabinet heeft deregulering als speerpunt: hoe minder regels er zijn, hoe beter de dienstverlening richting burgers en ondernemers is. De gemeente Doetinchem ziet wel brood in deregulering, en liet een consultancybedrijf berekenen waar de winst in de regelgeving viel te halen.

Volgens de consultant is 50 procent winst mogelijk, onder meer door het algemeen maken van regels zoals bij de terrasregels. Op zestig onderdelen wordt in Doetinchem de deregulering volgend jaar doorgevoerd. Zo zal er bijvoorbeeld ook geen kopie meer worden gevraagd van een legitimatiebewijs als de gemeente deze al in een dossier heeft zitten.

Naast de kosten voor de terrasvergunning (gemiddeld 121 euro in 2008) zul je ook een vergoeding (precariorechten) moeten betalen als je terras op gemeentegrond staat. Je kunt het zien als het betalen van huur voor het gebruik van een stukje gemeentegrond. De gemiddelde kosten in 2008 waren ruim 765 euro per 25 vierkante meter.

Het maken van reclame (naam op de gevel et cetera) kan ook aan een vergunning onderworpen zijn. Ook als je een reclamebord buiten op de stoep plaatst (bijvoorbeeld om het menu van de dag aan te kondigen), krijg je te maken met die vergunningeis en ook dan moeten er precariorechten betaald worden.

Als het gaat om de brandveiligheid zul je aan eisen moeten voldoen, zoals goed toegankelijke nooduitgangen en brandblussers. Deze eisen worden door de brandweer opgelegd en hiervoor is de gebruiksvergunning bedoeld. Deze vergunning is vereist als meer dan 50 personen aanwezig kunnen zijn. Men is wel bezig om, naar voorbeeld van de meldingsplicht van de Wet milieubeheer, ook hier te komen tot een meldingsplicht. Het voordeel is dat in heel Nederland de brandveiligheidseisen voor de horeca gelijk zijn. De verantwoordelijkheid voor de brandveiligheid ligt volledig bij de horecaondernemer en de verantwoordelijkheid voor de controle ligt bij de gemeente.

Plicht tot schoonhouden van het terras en eisen aan het terrasmeubilair zijn voorwaarden die verbonden zijn aan een terrasvergunning.

Drank- en Horecaverordening

In de Drank- en Horecawet wordt in de artikelen 4 lid 3, 20 lid 5 en 23 aangegeven dat sociaaleconomische of sociaalhygiënische redenen aanleiding kunnen zijn tot het opstellen van een Drank- en Horecaverordening. In deze verordening kunnen alle drie de artikelen uit de DHW uitgewerkt worden.

  • Artikel 4 lid 3 DHW gaat over het opnemen in de Drank- en Horecavergunning van voorschriften of beperkingen ten aanzien van paracommerciële instellingen. In de verordening wordt door de gemeenteraad aangegeven welke voorschriften of beperking aan een paracommerciële instelling moeten worden opgelegd als zij een drank- en horecavergunning aanvragen

  • Artikel 20 lid 5 DHW gaat over de minimale leeftijdsgrens van bezoekers van een horecagelegenheid. De gemeenteraad kan in de verordening aangeven dat er een minimale leeftijdsgrens is van bezoekers van bepaalde soorten horecabedrijven (bijvoorbeeld nachtclubs). De grens mag niet hoger dan 21 jaar zijn.

  • Artikel 23 DHW biedt de gemeente de mogelijkheid om via de Drank- en Horecaverordening alcoholverstrekking in bepaalde gedeelten (of in de gehele gemeente) te verbieden voor korte of langere termijn. Dit artikel wordt gebruikt om bijvoorbeeld bij risicowedstrijden de verkoop van alcohol gedurende een bepaalde tijd en in een bepaald gedeelte van de gemeente te verbieden. Het is zelfs mogelijk dat de gemeenteraad besluit dat nergens in de hele gemeente alcohol getapt mag worden. Daarom spreekt men in dat geval ook wel eens van de droogleggingsverordening.

Als je een reclamebord buiten op de stoep plaatst (bijvoorbeeld om het menu van de dag aan te kondigen), krijg je te maken met die vergunningeis (reclamevergunning) en ook dan moeten er precariorechten betaald worden.

 

 

In samenwerking met het

© Noordhoff Uitgevers bv