Mijn Passie

Log hier in met je Entree account

Inhoud

Inleiding

Loes kan voor vijfhonderd euro per maand het eetcafé van de buurman huren. Ze neemt tegelijk de inventaris van het eetcafé (keukenapparatuur, meubels, voorraden) over. Hier is veel geld voor nodig. Loes heeft te weinig geld om alle hulpmiddelen zelf te betalen. Ze zal op anderen een beroep moeten doen.

Geld dat door derden aan een onderneming ter beschikking wordt gesteld, wordt Vreemd Vermogen genoemd. Ook geld dat van kennissen of familie geleend wordt, is dus Vreemd Vermogen.

In deze video vraagt de ondernemer aan twee mensen om Vreemd Vermogen. Wat krijgt hij uiteindelijk van hen?

De eerste persoon geeft hem vreemde valuta. De twee persoon geeft hem niks en verwijst hem door naar de bank.

Deze theorie gaat over:

  • Welke rol Vreemd Vermogen speelt bij het opstarten van een horecaonderneming;

  • de optimale samenstelling van het Vreemd Vermogen.

De start van een onderneming ↑Naar boven

De buurman van Loes heeft een eetcafé. Nu hij 65 geworden is, wil hij het rustiger aan doen. Hij wil het eetcafé, waarvan hij eigenaar is, verhuren. De buurman vraagt
€ 30.000 voor de aanwezige voorraad en inventaris. Samen met haar man bekijkt ze de aanwezige productiemiddelen. Er zal nog het nodige aangeschaft moeten worden:

Productiemiddelen:

(geschatte aanschaf)prijs:

overnameprijs

€ 30.000

auto

€ 10.800

verbouwingskosten

€ 60.000

vooruit te betalen bedragen

€ 18.700

aanschaf inventaris

€ 6.400

te bestellen voorraad

€ 2.800

bankgeld

€ 1.500

kasgeld

€ 500

in totaal

€ 130.700

Investeren vooral op korte termijn

Inleiding

Ondernemers van jonge bedrijven investeren vooral om bestaande producten te vervangen. Deze investeringen zijn dan ook sterk op de korte termijn gericht; zonder vervanging komt de dagelijkse bedrijfsvoering van de onderneming in het geding. Dit blijkt uit een onderzoek van EIM naar het investeringsgedrag van jonge bedrijven.

Binnenkort opent hier een nieuwe horecaonderneming

De meerderheid van de ondernemers financiert de investeringen uit eigen middelen. De reden van de terughoudendheid van ondernemers om Vreemd Vermogen aan te trekken, heeft ermee te maken dat zij verwachten dat de bank de zeggenschap over de eigen onderneming wel eens (deels) zou kunnen overnemen. De keuze voor zelffinanciering zou kunnen leiden tot vertraging in de groei en ontwikkeling van de onderneming.

Bron: Misset Horeca 28 januari 2007

De vermogensbehoefte, daaronder verstaan we de hoeveelheid vermogen (geld) die nodig is voor de aanschaf van productiemiddelen, bedraagt dus € 130.700. Loes denkt in totaal € 130.700 nodig te hebben. Hoe komt ze aan dit geld? Of om het eens mooi te zeggen: hoe voorziet ze in dit vermogen? Daarvoor zijn twee mogelijkheden:

  1. Eigen Vermogen: vermogen dat door de eigenaar of eigenaars beschikbaar is gesteld.

  2. Vreemd Vermogen: het financieren van de onderneming met geld van derden (= anderen).

Loes heeft geld gespaard. Er staat, in haar ogen een gigantisch bedrag van
€ 32.700 op de bank. Bovendien staat ze haar auto, die € 10.800 waard is, aan de onderneming af. Aan Vreemd Vermogen heeft Loes nodig:

vermogensbehoefte

€ 130.700

storting van geld

€ 32.700

in natura (de auto)

€ 10.800 +

totaal Eigen Vermogen

€ 43.500 -

aan te trekken Vreemd Vermogen

€ 87.200

De vermogensmarkt ↑Naar boven

Van de balans valt af te lezen dat Loes € 87.200 aan vermogen moet aantrekken. En dat geldt natuurlijk niet alleen voor Loes. Alle ondernemingen hebben vermogen moeten aantrekken toen ze startten. Anders zouden zij niet bestaan. Ook andere organisaties zoals de overheid hebben vermogen nodig. En wat te denken van burgers. Nu zijn er ook ondernemingen, overheden en burgers die (tijdelijk) geld overhebben. Ze kunnen dit geld thuis, al of niet in een oude sok, bewaren. Dat is niet slim. Omdat alles duurder wordt, kunnen ze later voor het geld minder kopen. De mensen en/of organisaties die geld nodig hebben, willen een vergoeding betalen aan personen en/of organisaties van wie ze dit geld mogen gebruiken. Dat komt mooi uit. De mensen en/of organisaties die (tijdelijk) geld overhebben, kunnen dit in bruikleen geven aan mensen en/of organisaties die geld nodig hebben. De hoogte van de vergoeding hangt onder andere af van:

  1. Vraag en aanbod van vermogen: een tekort leidt tot hogere rente, een overschot tot lagere rente.

  2. Het risico dat aan het uitlenen van geld verbonden is: de geldgever zal een hoge rentevergoeding eisen bij het toenemen van de kans op wanbetaling.

  3. De tijd dat het geld nodig is.

Vraag en aanbod van vermogen wordt op de vermogensmarkt op elkaar afgestemd. Maak niet de fout dat je aan iemand de weg naar de vermogensmarkt vraagt. De vermogensmarkt is niet aan te wijzen.

Als jij je spaargeld naar de bank brengt, bied je geld aan. Je bent niet de enige. Op een dag worden miljarden aangeboden.

De vermogensmarkt is niet aan te wijzen

Mensen en organisaties hebben ook miljarden nodig. Als er vermogenstekort is, zal de vrager meer vergoeding bieden om er toch over te kunnen beschikken. Als er een overschot aan geld is, zullen de aanbieders met minder vergoeding genoegen moeten nemen. Als hun geld niet geaccepteerd wordt, krijgen ze tenslotte helemaal geen vergoeding. De vergoeding die betaald en ontvangen wordt, stemt vraag en aanbod op elkaar af. We kunnen de vermogensmarkt dan ook omschrijven als het geheel van vraag en aanbod van vermogen. Afhankelijk van de tijd dat geld beschikbaar en gevraagd wordt, is de vermogensmarkt in twee delen te verdelen:

  • de kapitaalmarkt;

  • de geldmarkt.

Kenmerken Vreemd Vermogen ↑Naar boven

Vreemd Vermogen is op de creditzijde van de balans terug te vinden. De creditkant van de balans laat zien hoe in de vermogensbehoefte is voorzien.

Kijk bij 'Financiële administratie' voor uitleg over balans.

Als eerste post bovenaan staat het Eigen Vermogen. Daarna volgt het Vreemd Vermogen.

Balans van Loes

Debet

Credit

Activa

130.700

Eigen Vermogen

43.500

Vreemd Vermogen

87.200

130.700

130.700

Het Vreemd Vermogen wordt verdeeld in:

  • Vreemd Vermogen Lang. Vreemd Vermogen Lang is geld dat door anderen voor een periode langer dan één jaar aan de onderneming ter beschikking wordt gesteld. Het is te herkennen aan het woord 'lening', bijvoorbeeld hypothecaire lening.

  • Vreemd Vermogen Kort. Vreemd Vermogen Kort is geld dat door anderen voor een periode korter dan één jaar aan de onderneming te beschikking wordt gesteld. Voorbeelden zijn rekening-courantkrediet en leverancierskrediet.

Het Vreemd Vermogen bezit een aantal kenmerken:

  • Vreemd Vermogen is tijdelijk vermogen: het Vreemd Vermogen is vermogen dat door schuldeisers tijdelijk aan de onderneming ter beschikking is gesteld. Verstrekkers van Vreemd Vermogen spreken af met het ontvangende bedrijf op welk moment en in welke termijnen zij hun geld terugkrijgen.

  • Vreemd Vermogen is risicomijdend vermogen: bij faillissement krijgen de eigenaars alleen het geld terug dat overblijft als alle schuldeisers zijn terugbetaald. Schuldeisers lopen daardoor minder risico dan eigenaars. Vreemd Vermogen wordt daarom ook wel risicomijdend vermogen genoemd.

Vreemd Vermogen Lang ↑Naar boven

Er zijn twee soorten leningen:

  • Onderhandse leningen;

  • Openbare leningen.

Onderhandse lening

Een onderhandse lening is een lening waarbij de voorwaarden in onderling overleg tussen geldgever en geldnemer tot stand komt. Er worden afspraken gemaakt over:

  • de looptijd van de lening;

  • de manier van aflossing;

  • het rentepercentage.

Het rentepercentage hangt onder andere af van:

  • de looptijd van de lening;

  • het risico dat de geldgever denkt te lopen;

  • vraag en aanbod van kapitaal.

De rentepercentages voor hypothecaire leningen van verschillende financiële instellingen kunnen variëren

Een voorbeeld van Vreemd Vermogen Lang is een hypothecaire lening. Een hypotheek is een notariële akte. In deze akte wordt toestemming gegeven het in de akte genoemde onderpand zonder tussenkomst van een rechter bij wanbetaling te verkopen. De verstrekker van de lening loopt (vrijwel) geen risico het geleende geld te verliezen. De lening wordt keurig volgens afspraak op tijd terugbetaald of… het onderpand wordt verkocht.

Het onderpand is altijd onroerend goed. Voorbeelden van onroerend goed zijn, huizen, garages, grond. Deze kunnen niet verplaatst (= 'verroeren') worden en zijn dus voor de schuldeisers makkelijk te vinden. Meestal is het onderpand het onroerend goed waarvoor geld geleend wordt. Als de verkoop van het onderpand meer oplevert dan de lening dan wordt het overschot aan de hypotheekgever terugbetaald.

Bij het verlenen van een lening zonder hypotheek is het risico voor de geldschieter groter. Het is immers maar de vraag of het uitgeleende geld wordt terugbetaald. Vandaar dat de rente van dergelijke leningen hoger ligt. De 'normale' rente wordt met een risico-opslag verhoogd.

Het risico van een achtergestelde lening is nog groter dan een 'gewone' lening. Bij een achtergestelde lening wordt afgesproken dat eerst andere schuldeisers betaald worden. De geldschieter komt 'als laatste aan de beurt'. Er is haast sprake van risicodragend vermogen. Hierdoor wordt een achtergestelde lening door andere geldschieters als Eigen Vermogen beschouwd. In de praktijk worden achtergestelde leningen vaak door familie aangeboden.

Openbare lening

Een openbare lening is een lening waarbij de voorwaarden door de onderneming worden bepaald. Zo'n lening wordt een obligatie genoemd. Iedereen die in een of meerdere obligaties geïnteresseerd is, kan obligaties kopen. Het uitschrijven van een obligatie is zeer kostbaar. Vooral het voeren van reclame en de uitgifte van obligaties slokken grote sommen geld op. De kosten wegen niet op tegen het bedrag dat de kleine en middelgrote horeca moet lenen. Obligaties komen daarom in de horeca nauwelijks voor. Aan dit onderwerp wordt dan ook geen aandacht meer besteed.

Vreemd Vermogen Kort ↑Naar boven

Geld op korte termijn is makkelijker dan geld lenen op lange termijn. Vraag maar aan je vader voor een week honderd euro te leen. Hij zal sneller honderd euro een week kunnen missen dan tien jaar. De vraag en aanbod van geld verschilt sterk van de vraag en aanbod van kapitaal. Vandaar dat de rentevergoeding voor het in bruikleen geven van geld vaak sterk afwijkt van de vergoeding die voor het (uit)lenen van kapitaal gevraagd wordt. Daarbij komt ook dat voor de geldmarkt vaak van tussenpersonen (in de vorm van banken) gebruikmaakt. Over het algemeen krijgt de geldgever minder rente en zal de geldnemer meer rente moeten betalen. Daar zijn verschillende oorzaken voor:

  • Ten eerste is het uitlenen van Vreemd Vermogen Kort arbeidsintensiever. Er zal steeds een andere partner gevonden moeten worden die het geld slechts een korte periode nodig heeft.

  • Ten tweede is aan het uitlenen van Vreemd Vermogen Kort meer risico verbonden. Vaak kan er 'niets' in onderpand gegeven worden. Het is dan ook maar de vraag of het uitgeleende geld terugbetaald wordt. Dit risico wordt aan de geldnemer doorberekend.

In de praktijk betaal je al gauw tien tot zestien procent voor vermogen dat voor korte tijd nodig is. Enkele voorbeelden van geld dat voor korte termijn (uit)geleend wordt zijn:

  • het rekening-courantkrediet;

  • leveranciers/afnemerskrediet;

  • diverse betalingsverplichtingen zoals belastingen.

Rekening-courantkrediet

Een rekening-courant is een rekening die voor het dagelijkse betalingsverkeer gebruikt wordt. Vaak is dat de rekening waaraan een pinpas verbonden is.

In het bedrijfsleven is het gebruikelijk met de bank af te spreken dat hierop 'rood gestaan mag worden'. Op deze manier kan een onderneming geld overmaken op momenten dat ze er eigenlijk niet over beschikt. De onderneming leent in feite geld. Om het risico te beperken, spreekt de bank van een maximaal bedrag dat een onderneming rood mag staan, het kredietplafond. De kosten van kort krediet worden ook met behulp van de renteformule berekend.

Sta je rood op je bankrekening (rekening courant krediet), dan wordt dit bedrag als Debet vermeld op je rekeningafschrift

Voor 'Gelo Smulboetiek' wordt een nieuwe huisstijl ontwikkeld. Menukaarten, kleding, interieur en uithangborden zullen voorzien moeten worden van een nieuw logo. Hier is een bedrag van € 20.000 mee gemoeid. De bank is bereid dit te financieren. De bank vraagt 14% rente op jaarbasis. Loes en Gerdien zijn in staat na drie maanden het geld weer af te lossen. De rentekosten over deze drie maanden bedragen;

Formule

Als het geld al na zes weken kan worden afgelost, is aan rente verschuldigd:

Formule

Het lenen van het vermogen voor 29 dagen kost aan rente:

Formule

Kosten van leverancierskrediet

In de zakenwereld is het de gewoonte dat de leverancier een rekening aan de afnemer zendt. Dit voorkomt dat chauffeurs met grote geldbedragen op zak lopen. De leverancier staat toe dat de goederen later betaald worden. In feite leent de leverancier de afnemer tijdelijk geld. Er is sprake van leverancierskrediet. De afnemer maakt graag van dit gratis krediet gebruik. Dat blijkt wel. Een rekening wordt gemiddeld pas na 54 dagen betaald. De leverancier kan de betaling bespoedigen door een contantkorting toe te staan. De korting is alleen van toepassing als er binnen een bepaalde termijn na de factuurdatum betaald wordt. Dit wordt meestal onderaan de nota (met kleine lettertjes) vermeld:

Loes en Gerdien hebben onderstaande factuur ontvangen:

Bij betaling binnen 8 dagen mag u 1% contantkorting in mindering brengen.

Het toestaan van contantkorting verhoogt de kans op snelle betaling, waardoor de leverancier eerder over het geld kan beschikken. Het ontvangen geld brengt (op de bankrekening) rente op. De leverancier geeft een gedeelte van de rente aan de klant door. De korting wordt berekend over de waarde van de goederen. Dat is eigenlijk logisch. De omzetbelasting kan worden teruggevorderd.

De ontvanger van de rekening beslist of hij wel of niet van de aangeboden contantkorting gebruikmaakt. Het rentevoordeel wordt als volgt berekend:

  • Het kortingsbedrag wordt berekend.

  • Het bedrag aan korting wordt uitgedrukt in procenten van de prijs die, rekening houdend met de korting, voor de goederen betaald moet worden.

  • De tijd berekenen dat er sneller betaald moet worden om recht te hebben op de korting.

  • Het percentage berekenen op jaarbasis.

Als 'Gelo Smulboetiek' de ontvangen rekening van Drankgroothandel 'Bittere Kruidenbijters' binnen acht dagen voldoet, bedraagt de korting:

Inkoopprijs goederen voor omzetbelasting € 400 x 1% = € 4

Bij betaling binnen 8 dagen kosten de goederen (zonder omzetbelasting) € 396. De korting in procenten bedraagt:

Formule

Gelo Smulboetiek heeft 30 dagen de tijd de rekening te betalen. Bij betaling binnen 8 dagen wordt de korting ontvangen. Er wordt dan 30 dagen - 8 dagen = 22 dagen sneller betaald.

De rekening 22 dagen later betalen kost dus, afgerond 1,01% rente. In de ogen van de bank zitten er 360 dagen in een jaar. De rente op jaarbasis bedraagt dus:

Formule

Kredietbeperkingstoeslag

Veel afnemers maken geen gebruik van de contantkorting. Sterker. Zij houden het bedrag veel langer dan toegestaan. Hierdoor derft de leverancier rente. Veel leveranciers vinden dat de late betaler de rente moet vergoeden die anders van de bank ontvangen wordt. Daarom verhogen zij de prijs van de goederen met een kredietbeperkingstoeslag.

De kosten van de kredietbeperkingstoeslag in procenten wordt min of meer op dezelfde manier berekend als bij contantkorting.

De rekening wordt door Gelo Smulboetiek na 40 dagen betaald. Tien dagen later betalen kost acht euro kredietbeperkingstoeslag.

Formule

Het percentage op jaarbasis bedraagt:

Formule

Voor het afnemerskrediet (de afnemer betaalt voorafgaand aan de levering van het goed) kunnen natuurlijk dezelfde berekeningen gemaakt worden. Indien er geen toeslagen of kortingen voorkomen, is het krediet gratis. Dit geldt ook voor diverse betalingsverplichtingen, zoals belastingen.

Renteberekeningen ↑Naar boven

Rente

De vergoeding die voor het beschikbaar stellen van geld gevraagd/betaald wordt, wordt rente genoemd.

Rente wordt uitgedrukt in procenten en berekend met behulp van een renteformule:

Formule

Waarbij de T voor tijd en de C voor constant staat, een getal dat bij een bepaalde tijd hoort en niet verandert. Bij de verschillende tijden horen de volgende constante getallen:

Tijd

Constante getal

dag

36.000

week

5.200

maand

1.200

jaar

100

'Gelo Smulboetiek' heeft bij de bank een 8% hypothecaire lening afgesloten. De lening is afgesloten om een pand aan te schaffen. De lening zal moeten worden afgelost (= terugbetaald). Naast het aflossen zal de onderneming een rentevergoeding moeten betalen. De 8% hypothecaire lening bedraagt € 272.000. Het eerste jaar zal aan rente betaald moeten worden:

Formule

 

 

In samenwerking met het

© Noordhoff Uitgevers bv