Mijn Passie

Log hier in met je Entree account

Inhoud

Inleiding

Loes kan voor vijfhonderd euro per maand het eetcafé van de buurman huren. Het starten van een eigen onderneming is moeilijker dan het lijkt. Wat is de onderneming waard? Moet er nog verbouwd worden? Zijn er voldoende hulpmiddelen, zoals borden, bestek, potten, glazen, enz, aanwezig? Eén ding staat vast: wil je een horecabedrijf beginnen of overnemen, dan is er geld nodig. Door een investeringsbegroting op te stellen kun je het bedrag dat je nodig hebt berekenen. Een financieringsbegroting laat zien waar de middelen vandaan komen. Hoeveel de ondernemer zelf inbrengt en van wie hij het ontbrekende geld denkt te kunnen lenen.

Deze theorie gaat over:

  • het opstellen van een investerings- en financieringsbegroting

Investeringsbegroting: hoeveel geld heb je nodig? ↑Naar boven

[DOMProcessingInstruction - ]Een horeca ondernemer heeft hulpmiddelen nodig om zijn diensten aan te kunnen bieden. De hulpmiddelen die een ondernemer nodig heeft om te produceren, worden productiemiddelen genoemd. De productiemiddelen van een horecabedrijf zijn niet gratis. Aan elk productiemiddel hangt een prijskaartje. De aanschaf van een productiemiddel kost geld, dit noemen we ook wel vermogen.

De buurman van Loes heeft een eetcafé. Nu hij 65 geworden is wil hij het rustiger aan doen. Hij wil het eetcafé, waarvan hij eigenaar is, verhuren. Loes heeft interesse. Samen met haar man stelt Loes een lijst op van de productiemiddelen die ze denkt nodig te hebben:

Benodigde productiemiddelen

  • Auto

  • Keukengerei (pannen, schalen, bestek, etc.)

  • Verbouwing en modernisering van keuken en apparatuur (ijsblokjesmachine)

  • Verbouwing/modernisering restaurant

  • Inrichting (tafels, stoelen, servies, glaswerk, etc.)

  • 3 maanden vooruit te betalen huur

  • Kassa

  • Voorraad drank

  • Voorraad keuken

  • Kasgeld

  • Geld op de bank (rekening courant)

[DOMProcessingInstruction - ]

[DOMProcessingInstruction - ]Hoe komt Loes erachter hoeveel vermogen ze nodig heeft om alle productiemiddelen aan te schaffen? Ze belt verschillende leveranciers en vraagt offertes aan. Ze schrijft achter elk productiemiddel de geoffreerde prijs. Op die manier ontstaat een investeringsbegroting. Een investeringsbegroting is een lijst van alle productiemiddelen met de geschatte aanschafprijs die een onderneming nodig denkt te hebben.

De investeringsbegroting van Loes ziet er als volgt uit:

Investeringsbegroting

Productiemiddelen:

(geschatte aanschaf) prijs:

Waarde aanwezige inventaris

€ 17.000

Waarde aanwezige voorraad drank

€ 1.000

Goodwill

€ 12.000 +

Aan buurman te betalen

€ 30.000

Nog aan te schaffen:

Auto

€ 10.800

Verbouwingskosten keuken

€ 27.500

Verbouwingskosten restaurant

€ 32.500

Borg huur (3 maanden)

€ 1.500

Nieuw aan te schaffen kassa

€ 2.200

Nieuw aan te schaffen ijsblokjesmachine

€ 800

Nieuw aan te schaffen keukenmaterialen

€ 3.400

Te bestellen voorraad drank

€ 2.000

Te bestellen voorraad keuken

€ 800

Kasgeld

€ 500

Bankgeld

€ 1.500 +

€ 83.500 +

In totaal

€ 113.500

[DOMProcessingInstruction - ]De vermogensbehoefte, daaronder verstaan we de hoeveelheid vermogen (geld) die nodig is voor de aanschaf van productiemiddelen, bedraagt hier dus € 113.500. Het bepalen van de vermogensbehoefte noemen we actieve financiering.

Je eigen geld of dat van een ander ↑Naar boven

[DOMProcessingInstruction - ]Als je een bedrijf start, hoef je niet alles met je eigen geld te betalen. Banken en andere geldverstrekkende partijen kunnen je hierbij helpen. Met andere woorden: de financiering van een onderneming gebeurt met Eigen Vermogen en Vreemd Vermogen. Eigen Vermogen is het vermogen dat de eigenaar aan zijn onderneming ter beschikking stelt. Vreemd Vermogen is het vermogen dat door anderen dan de eigenaar aan een onderneming ter beschikking is gesteld.

Loes denkt in totaal € 113.500 nodig te hebben. Hoe komt ze aan dit geld? Of om het eens mooi te zeggen, hoe voorziet ze in dit vermogen? Daarvoor zijn twee mogelijkheden:

  1. Loes heeft geld gespaard. Er staat een - in haar ogen - gigantisch bedrag van € 22.700 op de bank. Ze besluit haar eigen geld voor de aanschaf van de productiemiddelen te gebruiken. Bovendien stelt ze haar auto met een dagwaarde van € 10.800 voor de onderneming beschikbaar. Loes voorziet zo de onderneming van Eigen Vermogen.

  2. Loes komt nu volgens de investeringsbegroting € 113.500 - (€ 22.700 bank + € 10.800 auto) = € 80.000 tekort. Dit geld zal Loes dus van andere geldverstrekkers aan moeten trekken als Vreemd Vermogen.

Een ondernemer kan in vermogen voorzien door (vermogensvoorziening):

  • Eigen Vermogen.

  • Vreemd Vermogen.

[DOMProcessingInstruction - ]

Partiële en totale financiering ↑Naar boven

[DOMProcessingInstruction - ]De productiemiddelen van een horecabedrijf kunnen ieder apart of in totaal worden gefinancierd. Als je alle productiemiddelen apart financiert, spreken we van partiële financiering.

Loes heeft de investeringsbegroting voor haar liggen. Ze zet een kruisje achter de productiemiddelen die ze van haar eigen geld wil kopen:

Investeringsbegroting

Productiemiddelen

Geschatte aanschafprijs

Partiële financiering

Taxatie prijs inventaris

€ 17.000

x

Aanwezige voorraad drank

€ 1.000

Goodwill

€ 12.000

x

Auto

€ 10.800

x

Verbouwingskosten keuken

€ 27.500

Verbouwingskosten restaurant

€ 32.500

Vooruit te betalen huur (3 maanden)

€ 1.500

x

Nieuw aan te schaffen kassa

€ 2.200

x

Nieuw aan te schaffen ijsblokjes machine

€ 800

x

Nieuw aan te schaffen keukenmaterialen

€ 3.400

Te bestellen voorraad drank

€ 2.000

Te bestellen voorraad keuken

€ 800

Kasgeld

€ 500

Bankgeld

€ 1.500 +

In totaal

€ 113.500

Achter sommige productiemiddelen staat nog geen kruisje. Daar zal Loes dus geld voor moeten lenen.

[DOMProcessingInstruction - ]Kies je ervoor om alle productiemiddelen in één keer te financieren, dan spreken we van totale financiering.

Piet, de man van Loes, vindt dat ze maar moeilijk doet. Volgens hem kan het allemaal veel simpeler. Om de onderneming te starten heeft Loes in totaal € 113.500 nodig. “Wat maakt het jou uit wat je van je van het geleende geld koopt? Als je het maar allemaal kunt aanschaffen,” zegt hij. Piet is dus een voorstander van totale financiering.

[DOMProcessingInstruction - ]

Financieringsbegroting: waar komt het geld vandaan? ↑Naar boven

[DOMProcessingInstruction - ]Een financieringsbegroting is een lijst waarop staat van wie het vermogen dat moet worden aangetrokken afkomstig is. Dan kunnen de juiste personen benaderd worden.

Loes berekent het bedrag dat zij tekort komt:

Vermogensbehoefte

€ 113.500

Eigen geld (Interne financiering)

€ 33.500 -

Externe financiering

€ 80.000

Loes belt haar vader. Ze kan van hem € 15.000 lenen. Bovendien merkt haar vader op dat het in de zakenwereld normaal is dat de gekochte goederen pas later betaald worden. Leveranciers van de kassa (€ 2.200), ijsblokjesmachine (€ 800), keukenmaterialen (€ 3.400), voorraad drank (€ 2.000) en voorraad keuken (€ 800), worden benaderd. Loes spreekt met hen af dat de helft van de geleverde goederen contant betaald moet worden. Over de andere helft zal een rekening worden toegezonden, die (omdat ze pas begint) in tien maandelijkse termijnen betaald mag worden. De rest zal van de bank geleend moeten worden:

In totaal nodig

€ 113.500

Eigen geld

€ 33.500

Lening vader Loes

€ 15.000

Aan leverancier te betalen

€ 4.600 +

€ 53.100 -

Van bank te lenen

€ 60.400

Loes stelt een financieringsbegroting op. De financieringsbegroting ziet er dus als volgt uit:

Financieringsbegroting

Eigen geld

€ 33.500

Lening Pa

€ 15.000

Aan leverancier te betalen

€ 4.600

Bank

€ 60.400 +

Vermogensvoorziening

€ 113.500

Het totaal aan geld dat de onderneming in bruikleen krijgt, wordt vermogensvoorziening genoemd.

[DOMProcessingInstruction - ]
Externe financiering.

Van begroting naar balans ↑Naar boven

[DOMProcessingInstruction - ]Bij de start van een onderneming worden de productiemiddelen, het Eigen Vermogen en het Vreemd Vermogen ondergebracht op een balans. Een balans is een overzicht van bezittingen (Activa), het Eigen Vermogen en de schulden (Passiva). De bezittingen noteer je aan de linkerkant van de balans, deze wordt de debetzijde genoemd. Het Eigen Vermogen en de schulden noteer je aan de rechterkant, deze wordt de creditzijde van de balans genoemd.

Loes vindt het erg spannend. De een zegt dit, de ander zegt dat over haar financiën. Om meer zekerheid te krijgen, heeft ze een afspraak met een financieel adviseur bij een bank gemaakt. Ze overhandigt de adviseur de volgende investerings- en financieringsbegroting:

Investeringsbegroting

Productiemiddelen

geschatte aanschafprijs

Taxatie prijs inventaris

€ 17.000

Aanwezige voorraad drank

€ 1.000

Goodwill

€ 12.000

Auto

€ 10.800

Verbouwingskosten Keuken

€ 27.500

Verbouwingskosten Restaurant

€ 32.500

Vooruit te betalen huur (3 maanden)

€ 1.500

Nieuw aan te schaffen kassa

€ 2.200

Nieuw aan te schaffen ijsblokjes machine

€ 800

Nieuw aan te schaffen keukenmaterialen

€ 3.400

Te bestellen voorraad drank

€ 2.000

Te bestellen voorraad keuken

€ 800

Kasgeld

€ 500

Bankgeld

€ 1.500 +

In totaal

€ 113.500

Financieringsbegroting

Eigen geld

€ 33.500

Lening vader Loes

€ 15.000

Aan leverancier te betalen

€ 4.600

Bank

€ 60.400 +

Vermogensvoorziening

€ 113.500

De adviseur geeft haar een compliment. Hij vindt dat ze het goed gedaan heeft. “Maar”, zegt hij, “Ik stel voor om er een openingsbalans van te maken.” Hij laat haar een voorbeeld zien:

Openingsbalans, 1 januari

Debet

Credit

Grond

Eigen Vermogen

Gebouw(en)

Verbouwingen

Hypothecaire lening

Borg

Banklening

Inventaris

Lening brouwerij

Vervoermiddelen

Lening familie

Goodwill

Crediteuren

Voorraden

Bankrekening courant

Debiteuren

Te betalen btw

Voorgefinancierde btw


Kas

Bank


Aanloopkosten:

Reclamecampagne

Personeelswerving

Openingsfeest

Overige aanloopkosten.

Elke balanspost uit het voorbeeld wordt nu kort toegelicht:

Balansposten debet

Balanspost

Toelichting

Opmerking of voorbeeld

Grond

De waarde waarvoor grond gekocht wordt, wordt apart genoteerd. Dit gebeurt omdat grond niet ‘slijt’, het behoudt zijn waarde.

Een horecaondernemer wil een camping starten. Hij koopt daarom vier hectare grond ter waarde van € 320.000. Als hij de camping beëindigt, kan hij de grond weer verkopen. De waarde is hetzelfde.

Gebouwen

De waarde van het gebouw waarin het horecabedrijf is gevestigd.

Hieronder wordt ook een garage, een tuinschuur of andere bouwsels verstaan.

Verbouwingen

De waarde die gepaard gaat met het verbouwen van gebouwen.

Hendrik is eigenaar van een café. Hij heeft het pand tien jaar geleden gekocht. Het staat op de balans voor € 360.000. Hendrik laat het café voor € 60.000 verbouwen. De waarde van het pand neemt toe. Het gebouw heeft nu een waarde van € 420.000.

Borg

Een bedrag dat vooraf wordt betaald bij het huren van een bedrijfspand.

Meestal wordt er tussen de twee en zes maanden huur als borg betaald. Dit bedrag krijg je weer terug als de huur wordt opgezegd (en het gehuurde in goede staat wordt achtergelaten). De borg blijft dus je eigendom. Ook energie leveranciers vragen vaak borg.

Inventaris

De waarde van de inrichting van een horecabedrijf.

Vervoersmiddelen

De waarde van de vervoersmiddelen die het eigendom zijn van de onderneming.

Dit zijn niet altijd auto's. Denk maar aan een eigenaar van een pizzeria, die de bezorgers op scooters laat rondrijden.

Goodwill

De waarde die bij de verkoop van een onderneming wordt toegekend aan de naamsbekendheid en de klantenkring van het bedrijf.

De buurman van Loes vraagt € 30.000 voor zijn café, terwijl de productiemiddelen slechts € 18.000 waard zijn.

Voorraad

Goederen die zich in het horecabedrijf bevinden en door de onderneming verkocht worden.

In de horeca wordt onderscheid gemaakt tussen voorraad keuken, voorraad dranken en overige voorraad. Vaak wordt de voorraad dranken uitgesplitst in voorraad dranken laag en voorraad dranken hoog. Onder voorraad dranken laag worden non-alcoholische dranken verstaan. Over deze dranken is het lage btw-tarief verschuldigd. Onder voorraad dranken hoog worden alcoholische dranken verstaan. Hierover is het hoge btw-tarief verschuldigd.

Debiteuren

De waarde van producten of diensten die zijn verkocht aan mensen of bedrijven, maar die nog niet zijn betaald.

Voorgefinancierde btw

De waarde van btw op producten of diensten die de onderneming heeft gekocht, maar die nog kan worden teruggevraagd van de belastingdienst.

Kas

De waarde van het in de onderneming aanwezige kasgeld.

Dit wordt vaak als wisselgeld gebruikt. Het maakt niet uit waar het geld inzit: een kassa, een portemonnee of een ijzeren kistje.

Bank

De waarde van het geld dat op de rekening courant van de onderneming staat.

De rekening courant is de bankrekening waarmee betaald wordt. Het is dus geen spaarrekening. Een rekening courant wordt meestal dagelijks gebruikt. Meestal heb je van een rekening courant een betaalpas waarmee gepind kan worden.

Aanloopkosten

De waarde van eenmalige kosten die gepaard gaan met de opstart van de onderneming.

Vaak worden deze kosten uitgegeven nog voordat de onderneming is geopend, bijvoorbeeld geld voor een advertentie.

Balansposten credit

Balanspost

Toelichting

Opmerking of voorbeeld

Eigen Vermogen

De waarde van middelen die de eigenaar van de onderneming in het bedrijf stopt.

Naast geld kunnen ook goederen in de onderneming worden ondergebracht. Zo heb je al kunnen lezen dat Loes haar auto aan de onderneming afstaat.

Hypothecaire lening

Lening waarop een hypotheek gegeven is.

Met het afsluiten van een hypotheek (via een notariële akte) geeft de geldlener aan de geldgever toestemming om het genoemde onderpand te verkopen, als de geldlener de lening niet volgens afspraak aflost of rente op tijd betaalt. De opbrengst wordt gebruikt om de lening af te lossen en bijkomende kosten te betalen. De geldgever loopt dus heel weinig risico. Hij krijgt altijd wel zijn geld terug: of de lener betaalt of het onderpand wordt verkocht. Vandaar dat de rente op een hypothecaire lening (vrij) laag is.

Banklening

De waarde van openstaande leningen bij de bank.

De bank heeft geld voor langer dan een jaar uitgeleend. Hierop rust geen onderpand. Het risico bij wanbetaling, dat betekent dat een lener het geld niet betaalt, is groter dan bij een hypothecaire lening. Er zal voor deze leningen meer rente betaald moeten worden.

Lening brouwerij

De waarde van openstaande leningen bij een brouwerij.

De brouwerij stelt voorwaarden aan de lening. Vaak is één van de voorwaarden dat de lener uitsluitend bier (en frisdranken) mag verkopen die bij de brouwer zijn ingekocht.

Lening familie

De waarde van openstaande leningen bij familieleden.

Vaak wordt afgesproken dat deze lening een ‘achtergestelde lening’ is. Dit betekent dat deze lening pas wordt terugbetaald als alle overige schuldeisers geld hebben gehad. De overige schuldeisers zien deze lening als Eigen Vermogen. Het Eigen Vermogen vormt een buffer voor verliezen.

Crediteuren

De waarde van producten of diensten die het horecabedrijf op rekening heeft gekocht en daardoor verschuldigd is aan de leverancier(s).

Rekening courant krediet

De waarde van het ‘rood staan’ op de bankrekening.

In feite leen je geld bij de bank. De bank brengt hiervoor (een hoge) rente in rekening.

Te betalen btw

De waarde van btw die de onderneming van gasten of andere partijen heeft ontvangen en die nog aan de belastingdienst moet worden betaald.

Activa naar investeringsduur ↑Naar boven

De adviseur stelt samen met Loes de investeringsbegroting op. Loes denkt de volgende aanloopkosten te maken:

Reclamecampagne

€ 800

Personeelswerving

€ 400

Openingsfeest

€ 1.200

Overige aanloopkosten

€ 600 +

Totaal

€ 3.000

Het bedrag dat bij inventaris is ingevuld, is als volgt berekend:

Taxatie prijs inventaris

€ 17.000

Nieuw aan te schaffen kassa

€ 2.200

Nieuw aan te schaffen ijsblokjesmachine

€ 800

Nieuw aan te schaffen keukenmaterialen

€ 3.400 +

Totaal

€ 23.400

Het bedrag dat bij voorraad drank is ingevuld, is als volgt berekend:

Aanwezige voorraad drank

€ 1.000

Te bestellen voorraad drank

€ 2.000 +

Totaal

€ 3.000

Het bedrag dat bij voorgefinancierde btw is ingevuld, is als volgt berekend:

21% btw over:

Verbouwing keuken

€ 27.500

Verbouwing restaurant

€ 32.500

Inventaris

€ 23.400

Voorraad drank

€ 3.000

Aanloopkosten

€ 3.000 +

Totaal

€ 89.400 x 21% = € 18.774


6% over voorraad keuken

€ 800 x 6% = € 48 +

Totaal aan voorgeschoten btw

€ 18.822

Voorbeeld investerings-/financieringsbegroting

Debet

Credit

Verbouwing keuken

27.500

Verbouwing restaurant

32.500

Borg

1.500

Inventaris

23.400

Vervoermiddelen

10.800

Goodwill

12.000


Voorraad drank

3.000

Voorraad keuken

800

Voorgefinancierde btw

18.822


Kas

500

Bank

1.500

Aanloopkosten

3.000

Totaal

135.322

[DOMProcessingInstruction - ]Er zal meer geld aangetrokken moeten worden dan Loes gedacht heeft. Bovendien, legt de adviseur uit, zal het juiste geld aangetrokken moeten worden. Daarom deelt de adviseur de aan te schaffen productiemiddelen in investeringsduur, de tijd dat geld in een productie middel geïnvesteerd zit, in:
Vaste Activa
Vlottende Activa
Liquide Middelen

Vaste Activa

Geld dat langer dan een jaar in productiemiddelen vast zit, wordt Vaste Activa genoemd. Voorbeelden van Vaste Activa zijn:
Grond
Gebouw(en)
Verbouwingen
Borg
Inventaris
Vervoermiddelen

Al deze productiemiddelen gaan langer dan een jaar mee. Het duurt dus jaren voordat je weer over dit geld kan beschikken. Voor Loes geldt:

Verbouwing keuken

€ 27.500

Verbouwing restaurant

€ 32.500

Borg

€ 1.500

Inventaris

€ 23.400

Vervoermiddelen

€ 10.800

Goodwill

€ 12.000 +

Totaal

€ 107.700

Een bedrijfspand behoort tot de Vaste Activa.

Vlottende Activa

Vlottende Activa zijn de productiemiddelen waarin het geïnvesteerd geld tussen nu en een jaar vrijvalt. Voorbeelden van Vlottende Activa zijn ‘voorraad’, ‘debiteuren’ en ‘voorgefinancierde btw’. Zo zal Loes het bedrag dat ze aan btw heeft voorgeschoten (€ 18.822) over drie maanden weer van de belastingdienst terugkrijgen. Ze krijgt het bedrag dat ze in Voorraad drank geïnvesteerd heeft weer terug als drank verkocht wordt. Het bedrag dat Loes in Vlottende Activa geïnvesteerd heeft, bedraagt:

Voorraad drank

€ 3.000

Voorraad keuken

€ 800

Voorgefinancierde btw

€ 18.822 +

In totaal

€ 22.622

Liquide Middelen

Onder Liquide Middelen verstaan we geld of productiemiddelen die onmiddellijk in geld om te zetten zijn. Met Liquide Middelen kan betaald worden!!

Aanloopkosten

In een investeringsbegroting worden de aanloopkosten onder Liquide Middelen genoteerd. Dit geld geeft men veelal uit nog voordat de onderneming geopend is. Dit geld zal door ‘iemand’ beschikbaar moeten worden gesteld. Meestal wordt het uit eigen middelen gefinancierd.

Kas(geld) behoort tot de Liquide Middelen.

De investeringsbegroting van Loes ziet er als volgt uit:

Voorbeeld investerings-/financieringsbegroting

Debet

Credit

Vaste Activa

Verbouwing keuken

27.500

Verbouwing restaurant

32.500

Borg

1.500

Inventaris

23.400

Vervoermiddelen

10.800

Goodwill

12.000

107.700


Vlottende Activa

Voorraad drank

3.000

Voorraad keuken

800

Voorgefinancierde btw

18.822

22.622


Liquide Middelen

Kas

500

Bank

1.500

Aanloopkosten

3.000

5.000

Totaal

135.322

Passiva naar beschikkingsduur ↑Naar boven

Bij de financieringsbegroting heb je al kunnen lezen dat Loes geld zal moeten lenen. Het afsluiten van een lening kunnen we vergelijken met het kopen van een spijkerbroek. Spijkerbroeken zijn er in verschillende maten, modellen en kwaliteiten. Aan elke spijkerbroek hangt een ander prijskaartje. Het gaat erom de spijkerbroek te kiezen die het meest bij ons past. Zo is het ook met leningen. We zullen niet alleen het juiste bedrag aan geld moeten aantrekken maar we moeten ook letten op de tijd dat we het geld nodig hebben. Waarom zouden we een lening afsluiten voor tien jaar als het geld slechts een jaar nodig is. Dat kost ons onnodig rente. Het kan ook voorkomen dat we geld voor enkele maanden lenen wat we achteraf enkele jaren nodig hebben. Dit is nog kwalijker. Zo'n lening zal niet op tijd terugbetaald kunnen worden. We moeten dus het juiste geld voor de juiste tijd lenen. Het aantrekken van de juiste hoeveelheid vermogen tegen de juiste tijd noemen we passieve financiering. Het aan te trekken vermogen wordt naar beschikkingsduur, de tijd dat een organisatie aangetrokken vermogen gebruiken mag, ingedeeld:
Eigen Vermogen;
Vreemd Vermogen Lang;
Vreemd Vermogen Kort.

Eigen Vermogen

De bankmedewerker zegt tegen Loes: “De Vaste Activa bedraagt € 107.700. Dit geld zit jaren in de productiemiddelen vast. Je moet deze productiemiddelen dan ook financieren met geld waarover je jaren kan beschikken”.

Een voorbeeld van geld waarover je net zolang mag beschikken als je onderneming bestaat, is het Eigen Vermogen. Het Eigen Vermogen van Loes bedraagt € 33.500. Het bedrag dat Loes aan langdurig vermogen aan moeten trekken bedraagt:

Vaste Activa

€ 107.700

Eigen Vermogen

€ 33.500 -

Aan te trekken langdurig vermogen

€ 74.200

Vreemd Vermogen Lang

Onder Vreemd Vermogen Lang verstaan we het geld dat door derden langer dan een jaar aan de onderneming ter beschikking wordt gesteld. Vreemd Vermogen Lang is te herkennen aan het woord ‘Lening’. Bij het afsluiten van een lening wordt de periode afgesproken dat het geld geleend mag worden. Ook wordt afgesproken wanneer de lening moet worden terugbetaald. Loes kan geld van haar vader lenen. De rest zal ze bij anderen moeten lenen.

Vaste Activa

€ 107.700

Eigen Vermogen

€ 33.500 -

Aan te trekken langdurig vermogen

€ 74.200

Lening pa

€ 15.000 -

Nog te lenen

€ 59.200

Dan moeten ook nog de Vlottende Activa en de Liquide Middelen gefinancierd worden. De bankmedewerker geeft Loes het advies iets meer te lenen. Een lening is goedkoper dan rood staan. Bovendien kan je beter wat geld achter de hand hebben dan je rekeningen niet kunnen betalen. De bank is bereid Loes geld te lenen. Ze maakt de volgende berekening:

Financieringsbehoefte

€ 135.322

Eigen Vermogen

€ 33.500 -

Subtotaal

€ 101.822

Familie lening

€ 15.000 -

Subtotaal

€ 86.822

Crediteuren

€ 4.600 -

Nog te lenen

€ 82.222

De bank is bereid Loes dit geld te lenen.

Vreemd Vermogen Kort

Onder Vreemd Vermogen Kort verstaan we het geld dat binnen een jaar aan derden moet worden terugbetaald. Voorbeelden van Vreemd Vermogen Kort zijn ‘crediteuren’, ‘te betalen belastingen’, ‘rekening courant krediet’. Loes heeft met leveranciers afgesproken enkele rekeningen later te betalen. Bovendien krijgt Loes (als dat nodig is) toestemming om tot € 20.000 rood te staan op de bankrekening courant. Als dat gebeurt, is er dus sprake van rekening courant krediet.

Crediteuren verstrekken krediet.

De investerings- en financieringsbegroting ziet er als volgt uit:

Voorbeeld investerings-/financieringsbegroting

Debet

Credit

Vaste Activa

Eigen Vermogen

Verbouwing keuken

27.500

Eigen Vermogen

33.500

Verbouwing restaurant

32.500

33.500

Borg

1.500

Inventaris

23.400

Vreemd Vermogen Lang

Vervoermiddelen

10.800

Lening pa

15.000

Goodwill

12.000

Lening bank

82.222

107.700

97.222


Vlottende Activa

Vreemd Vermogen Kort

Voorraad drank

3.000

Crediteuren

4.600

Voorraad keuken

800

4.600

Voorgefinancierde btw

18.822

22.622


Liquide Middelen

Kas

500

Bank

1.500

Aanloopkosten

3.000

5.000

Totaal

135.322

Totaal

135.322

 

 

In samenwerking met het

© Noordhoff Uitgevers bv