Wij zijn bezig met het optimaliseren van onze website,
daarom willen we je 3 vragen stellen.

Wie ben je?
Wat voor informatie zoek je?
Bezoek je de site voor de eerste keer?
Mijn Passie

Log hier in met je Entree account

Inhoud

Inleiding

Franjeska opent volgende week haar eigen onderneming. Een monteur heeft een trap voor de deur gezet. Hij hangt een uithangbord op. Het uithangbord ziet er als volgt uit:

Ook jij krijgt als ondernemer of manager met de belastingdienst te maken. Je zult belasting moeten innen. Dit betekent dat je de ontvangen omzetbelasting moet bijhouden en deze op tijd moet afdragen.

Heeft de ondernemer in de video goed begrepen wat er met de omzetbelasting gebeurt?

Nee, De ondernemer in de video heeft het verkeerd begrepen. De Belastingdienst eist dat de ondernemer nauwkeurig de omzetbelasting noteert. De ondernemer moet de omzetbelasting die hij van gasten ontvangt, opschrijven. Ook moet hij de omzetbelasting over ingekochte goederen opschrijven. Maar opschrijven is natuurlijk iets anders dan de omzetbelasting apart bewaren. De Belastingdienst stelt richtlijnen aan het administreren van de omzetbelasting.

Deze theorie gaat over:

  • Wat btw is en met welke veel voorkomende btw-termen en begrippen je te maken krijgt als horecaondernemer;

  • Welke verplichtingen je hebt als horecaondernemer ten aanzien van de btw;

  • Welke btw-tarieven er bestaan en wanneer je deze gebruikt;

  • Hoe je van exclusief naar inclusief btw rekent en andersom;

  • Welke bijzondere btw-regelingen er bestaan voor ondernemers.

Wat is btw? ↑Naar boven

In Nederland wordt, net als in de meeste andere landen, belasting geheven. De overheid gebruikt dit geld voor de bouw en onderhoud van wegen, het onderwijs, de gezondheidszorg en vele andere diensten.

Het onderhoud aan snelwegen wordt bekostigd door geïnde belastingen

Een van de belastingen die de overheid heeft ingesteld, is de omzetbelasting. De omzetbelasting bestaat sinds 1 januari 1969. Deze omzetbelasting wordt afgekort tot OB. De omzetbelasting wordt ook wel btw genoemd. Deze afkorting staat voor belasting toevoegde waarde.

Je betaalt (zonder dat je hier erg in hebt) btw als je in Nederland iets koopt. In belastingtaal heet de consument belastingsubject. De consument betaalt deze belasting niet direct aan de belastingdienst, maar aan de ondernemer. Het is een indirecte belasting: een belasting die via een tussenpersoon geïnd wordt. De ondernemer geeft de belasting weer aan de belastingdienst door.

Alleen consumenten moeten btw betalen. Ondernemers hoeven geen btw te betalen. Een verkoper kan niet aan iemands gezicht zien of hij een consument of ondernemer is. Daarom betaalt iedereen btw als hij een product aanschaft. Het voorwerp waarover belasting betaald wordt, wordt in belastingtaal belastingobject genoemd. De ondernemer kan de btw terugvragen. In feite schiet hij de belasting voor. Het systeem waarop belasting geïnd en afgedragen wordt, wordt heffingsstructuur genoemd.

Een ondernemer heeft voor € 18.150 verkocht. In dit bedrag zit € 3.150 aan btw. Het bedrag aan btw dat gasten aan de ondernemer betaald hebben, bedraagt dus € 3.150. Dit zal de ondernemer aan de belastingdienst moeten geven.

De ondernemer heeft zelf producten gekocht. In totaal heeft hij over een periode € 8.470 betaald. In dit bedrag zit € 1.470 aan btw. Dit bedrag heeft hij aan btw voorgeschoten.

Een ondernemer heeft van de consument aan btw ontvangen € 3.150

Hij heeft aan btw voorgeschoten € 1.470

De ondernemer draagt nu aan de belastingdienst af € 1.680

Als een ondernemer meer belasting voorschiet dan hij van de consument heeft ontvangen, krijgt hij het te veel betaalde bedrag aan belasting terug:

Een ondernemer heeft van de consument aan btw ontvangen € 1.200

Hij heeft aan btw voorgeschoten € 1.400

Belasting betaalt aan de ondernemer € 200

Verplichtingen van de ondernemer ↑Naar boven

De horecaondernemer heeft drie verplichtingen ten aanzien van de omzetbelasting:

  • doen van aangifte;

  • administreren van btw;

  • vermelden van btw op facturen.

Doen van aangifte

De meeste (kleine en middelgrote) ondernemingen dienen per kwartaal zelf aangifte te doen.

Dat wil zeggen dat de ondernemers zelf de bedragen moeten berekenen, een formulier (digitaal) invullen en (indien er betaald moet worden) het bedrag binnen een bepaalde termijn voldoen. Natuurlijk oefent de belastingdienst hier toezicht op uit, en heeft hiervoor belastinginspecteurs aangesteld.

Administreren van btw

De ondernemer is verplicht een nauwkeurige administratie van de btw-gelden bij te houden. Dit doet de ondernemer door, tot op de cent nauwkeurig, de btw-bedragen te noteren die hij van de gasten ontvangt en die hij voorschiet. Dit gebeurt in de boekhouding.

De rekeningen gelden als bewijsmateriaal. De ontvangen rekeningen zal de ondernemer minimaal zeven jaar moeten bewaren. Bovendien zal hij de facturen doorlopend moeten nummeren. Ook zal de ondernemer de kopieën van de verzonden (verkoop)rekeningen ten minste zeven jaar moeten bewaren.

Alle facturen die een bedrijf uitreikt, krijgen een nummer. Deze nummering moet doorlopend zijn.

Factuur 1 krijgt bijvoorbeeld nummer 1, factuur 2 nummer 2 enzovoort.

Ook de facturen die ontvangen worden, zullen doorlopend genummerd moeten zijn. De factuur 1 krijgt bijvoorbeeld nummer 1, factuur 2 nummer 2 enzovoort.

Dit is om te kunnen controleren of er geen facturen uit de administratie zijn verdwenen.

Vermelden van btw op facturen

De ondernemer is verplicht nota’s te sturen waarop btw-bedragen apart vermeld staan. Het sturen van de nota’s wordt factuureerplicht genoemd.

Eisen aan de factuur

De ondernemer is eigenlijk kassier voor de overheid. Een kassier moet zijn zaakjes natuurlijk goed voor elkaar hebben. Daarom controleert de belastingdienst regelmatig. Dat gebeurt aan de hand van de facturen die de ondernemer als bewijs bewaard heeft. Facturen spelen dus een belangrijke rol. Zo belangrijk dat er eisen aan facturen worden gesteld. De volgende gegevens moeten volgens de Wet op de Omzetbelasting op de factuur staan:

  • factuurdatum en factuurnummer;

  • de naam en het adres van de ondernemer;

  • nummer van Kamer van Koophandel;

  • de naam en het adres van de gast;

  • de datum waarop de goederen zijn geleverd of de diensten verleend zijn (leverdatum);

  • een duidelijke omschrijving van wat en hoeveel is geleverd, of een duidelijke omschrijving van de verleende dienst;

  • de prijs exclusief btw;

  • het bedrag van de btw.

  • bankrekeningnummer

  • btw-nummer

Ga eens na of deze factuur voldoet aan de eisen die aan een factuur gesteld worden.

Naast dingen die op een factuur moeten staan, is er ook een eis die betrekking heeft op het tijdstip dat een factuur verstuurd moet worden. Een factuur moet namelijk verstuurd worden voor de vijftiende van de maand die volgt op de maand waarin de goederen zijn geleverd of de diensten zijn verleend.

Een horecaondernemer verhuurt op 23 maart een zaal aan een computerbedrijf. Tussen de middag wordt geluncht. De factuur zal voor 15 april verstuurd moeten worden.

Btw-tarieven ↑Naar boven

Er bestaan verschillende btw-tarieven. Deze hebben betrekking op het soort goederen. De drie tarieven zijn: 21%, 6% en 0%. Voor privégebruik van de auto wordt een bijzonder tarief in rekening gebracht. Er bestaan ook goederen die van btw vrijgesteld zijn.

Btw-tarief 21%

Dit is het algemene tarief. Het dient voor luxegoederen betaald te worden. Over de verkoop van de volgende goederen wordt in de horeca het hoge btw-tarief berekend:

  • alcoholische dranken zoals bier, wijnen, likeuren, enzovoort;

  • ontvangsten automaten, zoals jukebox, gokkasten, condoomautomaten;

  • verhuur van (vergader)zalen;

  • winst op telefoongesprekken;

  • het meerbedrag dat voor gerechten en dranken door roomservice gevraagd wordt dan in het restaurant berekend wordt.

Btw-tarief 6%

Dit tarief geldt voor eerste levensbehoeften zoals voedingsmiddelen, geneesmiddelen, agrarische producten of diensten en bepaalde culturele zaken, zoals boeken, bloemen en kranten en de toegang tot musea en bioscopen. Ook de verhuur van sportzalen en bepaalde medische hulpmiddelen vallen onder het lage tarief. Over de verkoop van de volgende goederen wordt in de horeca het lage btw-tarief berekend:

  • voedsel waaronder ijs en gebak;

  • non-alcoholische dranken zoals thee, koffie, fris, sappen;

  • verhuur kamers.

Btw-tarief 0%

Dit tarief geldt voor uitvoer van goederen en diensten. Ook over emballage is geen btw verschuldigd. De btw over tabak wordt door de fabrikant aan de belastingdienst afgedragen. Daardoor lijkt het voor andere ondernemers alsof tabak onder het nultarief valt.

Welke tarieven horen bij de voorwerpen die je op de foto ziet?

Van btw vrijgestelde goederen

Er zijn ook producten en diensten vrijgesteld van btw. Het verlenen van medische hulp, het schrijven van een stukje voor de krant, onderwijs. Je zou zeggen dat vrijgesteld van btw hetzelfde is als het 0%-tarief. Toch is dat niet zo. Ondernemers die tegen het 0%-tarief leveren, mogen de btw die zij zelf betalen wel in mindering brengen, maar ondernemers die vrijgesteld zijn van btw-heffing mogen de btw die zij zelf betalen niet aftrekken.

Btw berekeningen ↑Naar boven

Een manier om de verkoopprijs te berekenen, is de opslagmethode. Hierbij wordt het grondstoffenverbruik, in de horeca inslag genoemd, met een winstopslag verhoogd.

Inslag gevulde ossenstaartsoep

€ 0,64

Brutowinst

€ 1,30

Nettoverkoopprijs

€ 1,94

De verkoopprijs zonder omzetbelasting wordt netto-omzet genoemd. De ondernemer is verplicht de netto-omzet (verkoopprijs exclusief btw) met een bedrag aan belasting te verhogen. Het bedrag waarover de belasting berekend wordt, de netto-omzet, heet de maatstaf van heffing. Het tarief hangt af van het soort goed dat verkocht wordt:

(laag btw)

(hoog btw)

nettoverkoopprijs

100%

100%

btw

6%

21%

brutoverkoopprijs

106%

121%

De nettoverkoopprijs van extra gevulde ossenstaartsoep bedraagt € 1,94. De kaartprijs wordt:

(laag btw)

Nettoverkoopprijs

100%

€ 1,94

Btw

6%

€ 0,11

(€ 1,94 : 100) × 6

Brutoverkoopprijs

106%

€ 2,05

De nettoverkoopprijs van een pilsje bedraagt:

(hoog btw)

Nettoverkoopprijs

100%

€ 1,65

Btw

21%

€ 0,35

(€ 1,65 : 100) × 21

Brutoverkoopprijs

121%

€ 2,00

Als je alleen de omrekening moet maken van het bedrag exclusief btw naar het bedrag inclusief btw, kun je dit heel snel doen.

In formule:

Prijs inclusief btw = prijs exclusief btw × (1 + btw-percentage)

Het btw-percentage bedraagt 6%. Dat mag je schrijven als 6/100. Dat mag je schrijven als 0,06.
Het btw-percentage bedraagt 21%. Dat mag je schrijven als 21/100. Dat mag je schrijven als 0,21.

De prijs van gevulde ossenstaartsoep zonder btw is € 1,94. Met btw € 1,94 × 1,06 = € 2,05.

De prijs van een pilsje zonder btw is € 1,65. Met btw € 1,65 × 1,21 = € 2,00.

Het tijdstip dat je omzetbelasting verschuldigd bent, hangt af van het betalingssysteem, namelijk:

  1. het kasstelsel;

  2. het factuurstelsel.

Welk betalingssysteem wordt op de markt toegepast?

In de horeca is het gebruikelijk dat de gasten bij vertrek direct betalen. Als je de gast contant laat afrekenen, pas je het kasstelsel toe. Dat betekent dat je de omzetbelasting moet betalen op het moment dat de gast afrekent.

In grote hotels of zakenrestaurants zal op verzoek van gasten rekeningen worden verzonden. Als je facturen naar de gasten verstuurt, pas je het factuurstelsel toe. Je bent dan omzetbelasting verschuldigd op het moment dat je een factuur uitschrijft (= verstuurt).

Van inclusief btw naar exclusief btw ↑Naar boven

Dirk is eigenaar van ‘Pension Maassluis’. Hij koopt voor een van de lampen in de kamers een spaarlamp. Deze kost € 7,14. De verkoper werkt nog met een ouderwetse kassa. Op de bon staat de btw niet apart vermeld. Dirk is een ondernemer. Hij kan de betaalde btw terugvragen. Dan moet hij wel een bon hebben waarop de btw apart vermeld wordt. Dat doet Dirk dan ook. Hij vraagt de winkelier een btw-bon. De winkelprijs moet nu de btw uit het bedrag halen.

De prijs inclusief btw stelt 100% + btw-tarief in procenten voor:

netto-omzet

100%

btw

21%

winkelprijs

121%

= € 7,14

De btw bedraagt:

Formule

Met andere woorden: ‘de btw haalt men met behulp van de onderstaande formule uit de winkelprijs’:

Formule

Uitzonderingen vooraftrek btw

Ondernemers mogen de bij aankoop van goederen betaalde btw in mindering brengen op de ontvangen btw, tenzij de goederen privé gebruikt worden. Als een ondernemer het over de inkoopprijs van goederen heeft, bedoelt hij vrijwel altijd de prijs exclusief btw.

Jeannette is eigenaresse van een bistro. Ze is volgende week jarig en viert dat. Ze neemt uit haar zaak een doos wijn mee. De zes flessen die in de doos zitten, zijn voor € 8 (exclusief btw) ingekocht. Jeannette zal btw over (6 × € 8 =) € 48 moeten afdragen. Ze is

Formule
aan btw verschuldigd.

Gedeeltelijk privé

Als goederen of diensten maar voor een deel bestemd zijn voor eigen gebruik, moet je uitrekenen hoe groot het deel van het zakelijke, belaste gebruik is. Als een ondernemer een computer koopt die hij 90% van de tijd voor de zaak gebruikt, mag hij 90% van de btw die hij bij aanschaf heeft betaald als voorbelasting aftrekken.

Bij eigen gebruik van een auto ligt dat ingewikkelder. Je mag bij de aanschaf van een auto van de zaak in één keer de betaalde btw als voorbelasting aftrekken. Ook de btw op autokosten mag je volledig in aftrek brengen.
Je betaalt vervolgens wel btw over het privégebruik, namelijk 2,7% van de cataloguswaarde.

De belasting die op een auto van de zaak wordt geheven, verschilt per land

Jeannette is eigenaresse van een bistro. Ze rijdt per jaar 4500 kilometer privé in de auto van de zaak. De cataloguswaarde van de auto bedraagt € 23.500. Jeanette is btw verschuldigd, namelijk 2,7% x € 23.500 = € 1.692 per jaar.

Verder zijn uitgesloten van de aftrek van voorbelasting:

  • de btw op eten en drinken in een horecagelegenheid;

  • de btw op tabakswaren (want die heeft de producent al aan de belastingdienst afgedragen).

Fatih is een onderneming gestart. Zijn onderneming is gebaseerd op een onderneming die hij in Rotterdam gezien heeft. Om aan zijn managers duidelijk te maken wat hij voor ogen heeft, neemt hij ze mee uit eten. Omdat ze ver moeten reizen, boekt hij ook een hotelovernachting. Fatih mag de btw voor het eten en drinken niet aftrekken (maar hij mag de kosten wel boeken). De btw over de kamerhuur mag Fatih wel als voorbelasting rekenen.

Bijzondere regelingen ↑Naar boven

De BUA-regels

In het Besluit Uitsluiting Aftrek omzetbelasting (BUA) staat nog een aantal gevallen waarin de btw niet als voorbelasting mag worden afgetrokken. Als voorbelasting is niet aftrekbaar: de btw op goederen of diensten die de ondernemer aan zijn personeel geeft voor persoonlijk gebruik.

Bij restaurant ‘De Ridderhof’ werkt een ober 25 jaar bij de zaak. De eigenaar van het restaurant geeft de jubilaris Flipse een geheel verzorgd weekendje Parijs voor twee personen ter waarde van € 450. De btw over het reisarrangement mag niet worden afgetrokken.

€ 227-grens

Ook hier geldt de uitzondering dat als per werknemer alle giften in een jaar samen onder de € 227 blijven, de btw wel mag worden afgetrokken.

De eigenaar van restaurant ‘De Ridderhof geeft de medewerkers ieder jaar met Pasen een lentekado ter waarde van € 25 en een kerstpakket van € 75. De btw hierover mag worden afgetrokken.

Jubilaris Flipse heeft dit jaar in totaal voor € 550 (reisje Parijs + bloemen + kerstpakket) ontvangen. De btw mag tot € 227 worden afgetrokken.

De btw op goederen of diensten die de ondernemer gebruikt om zijn maatschappelijk aanzien of het gewicht van zijn functie tot uitdrukking te brengen. In belastingtaal heet dat: het voeren van zekere staat.

Het gaat hierbij om zaken die veel luxer zijn dan nodig voor het uitvoeren van de onderneming, oftewel de spullen of diensten die een ondernemer gebruikt om indruk te maken of om te laten zien hoe belangrijk hij is …

Eigenaar van disco ‘De Beach’ koopt een exclusief zeiljacht voor de ontvangst van zakenrelaties. De btw, betaald bij de aanschaf van het jacht, mag de eigenaar niet aftrekken.

De kleineondernemersregeling (KOR)

Iedere onderneming moet een uitgebreide administratie bijhouden om aan de belastingdienst te kunnen laten zien hoeveel omzetbelasting er moet worden afgedragen. Voor kleine bedrijven is het voeren van zo’n administratie een zware belasting. Daarom is de kleineondernemingsregeling ingesteld, afgekort KOR. Via deze regeling krijgen kleine ondernemingen een soort vergoeding voor het voeren van de btw-administratie in de vorm van een ‘vermindering’ op het te betalen btw-bedrag.

Je valt onder de kleineondernemersregeling als:

  • er in een jaar minder dan € 1.883 btw afgedragen moet worden;

  • de rechtsvorm een persoonlijke onderneming is;

  • voldaan is aan de administratieve verplichtingen.

De hoogte van de tegemoetkoming hangt af van het bedrag dat aan btw afgedragen moet worden. Hierbij gelden de volgende regels:

  • vrijstelling indien minder dan € 1.345 afgedragen moet worden;

  • indien er tussen de € 1.345 en € 1.883 afgedragen moet worden, wordt dit verminderd met 2,5 × het verschil tussen het af te dragen bedrag en € 1.883.

Verschuldigde btw

6% over € 42.000 =

€ 2.520

21% over € 22.000 =

€ 4.620 +

Totaal

€ 7.140

Te ontvangen btw

6% over € 31.000 =

€ 1.860

21% over € 19.000 =

€ 3.990 +

Totaal

€ 5.850 -

Af te dragen btw

€ 1.290

Het bedrag is lager dan € 1.345, dus de ondernemer hoeft niets af te dragen.

Verschuldigde btw:

6% over € 48.000 =

€ 2.880

21% over € 22.000 =

€ 4.620 +

€ 7.500

Totaal

Te ontvangen btw

6% over € 31.000 =

€ 1.860

21% over € 19.000 =

€ 3.990 +

Totaal

€ 5.850 -

Af te dragen btw

€ 1.650

Bedrag ligt tussen € 1.345 en € 1.883 dus:

Bovengrens

€ 1.883

Af te dragen

€ 1.650

Verschil

€ 233

Af te dragen btw

€ 1.650

Verschil (€ 233 x 2,5)

€ 582,50

Werkelijk af te dragen

€ 1067,50

 

 

In samenwerking met het

© Noordhoff Uitgevers bv