Mâconnais
Algemene kenmerken Mâconnais | ||||||
![]() | Terroir | Bodem | Toplaag: klei Ondergrond: kalk en mergel | |||
| Klimaat | Gemiddelde temperatuur: 10,6°C
Gemiddeld aantal zonuren: 1820 | |||||
| Belangrijkste druivenrassen | Wit:
| Blauw:
| ||||
![]() | Wijngaard | Wijngaardareaal | 5000 hectare | |||
| Totale productie | 400.000 hectoliter per jaar | |||||
![]() | Vinificatie | Soorten wijn | Wit: 90% Rood: 10% | |||
![]() | Appellations | Indeling | Regionale appellations Gemeente-appellations | |||
Kenmerken van het gebied
De Mâconnais dankt zijn naam aan de stad Mâcon. Het is de zuidelijkste en grootste regio van Bourgogne. Het landschap is glooiend met afwisselend weilanden en wijngaarden. Het is een rijk landbouwgebied dat niet alleen bekend is om zijn wijnen – het is ook de streek van de Charolais-runderen en de beroemde Bresse-kippen, die ook een eigen appellation hebben.
De Mâconnais is onderverdeeld in gebieden ten noorden en ten zuiden van Mâcon. In het noorden liggen de wijngaarden verspreid. Meestal zijn ze onderdeel van een gemengd boerenbedrijf. De druiven gaan vaak naar regionale coöperaties, waar een groot deel van de noordelijke Mâconnaiswijnen vandaan komt.
Alle betere wijngaarden met gemeente-appellations liggen direct ten zuiden en zuidwesten van Mâcon. Hier zijn veel meer zelfstandige wijnboeren gevestigd. Het zuidelijke deel gaat direct over in de Beaujolais. Sommige van deze zuidelijke dorpen hebben zowel Mâconnaiswijngaarden als Beaujolaiswijngaarden. Een voorbeeld hiervan is Saint-Amour.
Geschiedenis van wijnbouw in Mâconnais De wijnbouw in Mâconnais begon al in de tiende eeuw. In die tijd was het klooster van Cluny een machtscentrum. De geestelijkheid van dit klooster verplichtte boeren tot wijnbouw. In de negentiende eeuw was meer dan 50.000 hectare met wijngaarden beplant, tot de uitbraak van de phylloxera. Daarna nam het areaal af. |
Druiven en vinificatiemethode
Binnen Mâconnais gebruiken wijnmakers een grote verscheidenheid aan vinificatiemethoden. Een voorbeeld hiervan is het wisselende gebruik van eiken vaten. Veel witte Mâconnaiswijnen komen nooit in houten vaten. De Chardonnaydruiven hebben hier minder concentraat en diepte dan in de Côte d’Or, waardoor gisting of rijping op eiken vaten ongebalanceerde wijnen zou geven. Het hout zou de smaak te sterk domineren. De druiven van de beste wijngaarden in de Mâconnais zijn daarentegen wel geschikt voor houtrijping. Maar zelfs dan is de rijpingsperiode korter dan in Côte d’Or.
Blauwe Gamaydruiven ondergaan vaak de macération carbonique, een methode die ook in Beaujolais veel wordt toegepast.
Appellations
De meeste wijngaarden van Mâcon zijn geklasseerd als regionale appellation. Het grootste deel daarvan komt op de markt als Mâcon rouge of Mâcon blanc. Witte Mâcons zijn altijd gemaakt van de Chardonnay en kunnen gebotteld worden als Bourgogne Chardonnay of Mâcon blanc. Voor Mâcon blanc mag men ook een beetje Pinot blanc gebruiken. Voor Mâcon rouge wordt meestal de Gamay gebruikt, hoewel ook Pinot noir in de streek is aangeplant. Die druif gebruiken de wijnboeren vooral voor de appellation Bourgogne Pinot noir. Daarnaast verwerkt de wijnmaker Pinot noir in Bourgogne Passe-tout-grains. In dat geval is de wijn samengesteld uit minimaal twee derde Gamay en maximaal een derde Pinot noir.
Rode en witte wijnen die van nature een hoger potentieel alcoholgehalte hebben dan 12,5 procent, mogen op de markt komen met de appellation Mâcon Supérieur.
Bij de betere witte Mâcons staat op het etiket vaak ofwel de naam van de gemeente achter de naam Mâcon, of de algemene aanduiding Villages. Deze aanduidingen kunnen gemakkelijk tot misverstanden leiden. Hoewel de naam van het dorp op het etiket vermeld staat, vallen alle Mâcon-appellations namelijk onder de appellation Mâcon-Villages. Hierop is één uitzondering: de appellation Viré-Clessé. Dat is niet een van de villages, maar een zelfstandige (regionale) appellation.
De wijnen van Mâconnais hebben geen hoge status. Premiers Crus en Grands Crus zijn er dan ook niet. De gemiddelde Mâcon is weliswaar smakelijk, maar niet pretentieus of complex van smaak. De wijnen zijn daarom redelijk betaalbaar. Natuurlijk zijn er uitzonderingen. In sommige gevallen kunnen Mâconnaiswijnen wedijveren met de betere witte Bourgognes.
a. Regionale appellations
De regionale appellations van Mâconnais zijn de volgende.
b. Gemeente-appellations
Mâconnais heeft de volgende gemeente-appellations.
c. Appellations Premiers Crus
De Mâconnais heeft geen Premier Cru appellations.
d. Appellations Grands Crus
De Mâconnais heeft geen Grand Cru appellations.
Beaujolais of Bourgogne
Mâconnais is het overgangsgebied van Bourgogne naar Beaujolais. Net als in Beaujolais produceert het gebied toegankelijke en redelijk betaalbare wijnen. Voor rode Mâconnaiswijnen wordt meer Gamay dan Pinot noir gebruikt. Gamay is de druif van Beaujolais. Wat betreft wetgeving en handel hoort Mâconnais echter meer bij Bourgogne: de wijnen kunnen gebruikmaken van de Bourgogne-appellations. Daarom beschouwt men Mâconnais toch als onderdeel van de Bourgogne.
Médaille d’Or Net als iedereen wil ook een groot deel van de wijnwereld maar al te graag een medaille winnen. Stickers op flessen getuigen van het succes op grote vergelijkende proeverijen. In Frankrijk zijn jaarlijks twee belangrijke concoursen, een in Parijs en een in Mâcon. Een internationale jury keurt de ingezonden wijnen. Per categorie krijgen de beste wijnen een gouden, zilveren of bronzen medaille. De trotse wijnmaker vermeldt deze medaille op zijn etiket. Maar wat heeft de wijnkoper aan die informatie? Omdat een wijnproducent uiteraard alleen zijn beste wijnen instuurt naar een wijnconcours, is dat op zich al een positieve aanwijzing voor de koper. Deelname is kostbaar, en de producent zal daarom alleen deelnemen als hij overtuigd is van de kwaliteit van zijn wijnen en verwacht in de prijzen te vallen. |
![]() Aan de slag met wijn Alles over wijn in één compleet overzicht? |






















