Benodigdheden
Een gedekte tafel volgens de bedrijfsformule voor twee personen;
Een glas wijn is al geserveerd.
Beginsituatie
Twee gasten zitten aan een tafel met een glas wijn en wachten op hun voorgerecht.
Gastheer/-vrouw serveert het gerecht.
- Loop rustig naar de tafel van de gasten en kondig het (voor)gerecht aan.
Het is prettig voor de gasten als ze weten welke gang ze eten.
"Mevrouw / meneer hier is uw (voor)gerecht". - Zet het bord rustig neer voor de gasten.
- Ga goed voor de gasten staan, zodat ze je kunnen zien.
- Geef aan dat je iets gaat vertellen over wat je geserveerd hebt.
Informatie over een gerecht kan betrekking hebben op de ingrediënten, de smaak, de structuur, de bereidingswijze, soort gerecht, etcetera.
Bijvoorbeeld: vandaag serveren we een groententaartje. De bodem bestaat uit bladerdeeg met daarop gegrilde aubergines en plakken tomaat, overbakken met zachte geitenkaas en gehakte olijven.
De bodem is bros en de kaas zacht en smeuïg. Die tegenstelling geeft een speciaal mondgevoel.
Je mag laten merken dat jij iets lekker vindt, maar dring het de gast niet op. - Informeer of er nog vragen zijn en wens de gasten smakelijk eten.
Tips
Meer over gerechten, bereidingen en ingrediënten vind je in kookboeken en -tijdschriften.
Je kunt er leren over hoe je over eten en gerechten kunt denken en praten.
Smakelijk vertellen over een gerecht is niet altijd gemakkelijk, oefen het met collega's tijdens een serieuze proefsessie in het bedrijf.
Resultaat
Informatie geven over gerechten houdt in dat je informatie kunt geven over bijvoorbeeld:
- het soort gerecht;
- de samenstelling (de ingrediënten);
- de bereiding;
- de smaak en smaakcontrasten;
- de structuur (het mondgevoel);
- gezondheidswaarde (met/zonder suiker, veel/weinig vet, veel/weinig caloriën);
Wat je precies vertelt is afhankelijk van het bedrijf en/of de vraag van de gasten.