Inleiding
In fastservicebedrijven lopen de momenten waarop de klant of gast betaalt uiteen. We laten een paar situaties zien die vaak voorkomen.
- Tijdens de afhaalpiek in een cafetaria zal de klant in de meeste gevallen meteen nadat zijn bestelling is opgenomen betalen. Dit bespaart tijd. Als de bestelling klaar is, wordt deze verpakt in een tasje overhandigd en kan de klant meteen de zaak verlaten.
- Bij veel hamburgerrestaurants van de bekende ketens betaalt de gast ook dadelijk als hij zijn bestelling heeft doorgegeven. Meestal krijgt hij direct zijn bestelling mee. Bij drive-throughbestellingen rekent de gast vanuit zijn auto af bij het eerste raamloket dat hij tegenkomt. Bij het volgende loket krijgt hij vervolgens zijn bestelling overhandigd.
- Lunchrooms zijn vooral gericht op consumptie ter plekke. Vaak is er sprake van bediening aan tafel. Meestal zal de gast aan tafel afrekenen als hij zijn consumptie heeft genuttigd. Soms komt de gast zelf naar de kassa om af te rekenen.
- Bij deliverybedrijven zoals pizzakoeriers betaalt de klant als de bestelling bij hem thuis of op een bedrijf wordt afgeleverd.
- De meeste fastservicebedrijven beschikken over een terras. Vaak is er sprake van bediening en dus betaling aan tafel, hoewel het ook veel voorkomt (onder meer bij hamburgerrestaurants en ijssalons) dat de gast zelf zijn bestelling afhaalt en afrekent bij de kassa.
In deze instructie kiezen we voor de situatie die bij fastservicebedrijven het meeste voorkomt: er wordt afgerekend met contant geld aan de kassa of toonbank meteen nadat de bestelling is opgenomen.
Werkwijze (toon toelichting)
- Je herhaalt langzaam en duidelijk de bestelling van de gast, terwijl je de bestelling ondertussen aanslaat op de kassa. “Eén kroket, twee frikandellen speciaal, een bamischijf én voor vier personen frites. Is uw bestelling zo correct?”
- Als de gast bevestigend antwoordt, sla je de kassa af en wordt het bedrag van de bestelling opgeteld. Je noemt het totaalbedrag: “Dat is dan 12 euro 70, meneer.”
- De gast geeft een biljet van 10 en een biljet van 5 euro. Omdat het gemakkelijker rekent met hele euro’s en je bovendien niet allemaal kleingeld wilt teruggeven, vraag je in zo’n geval: “Heeft u er misschien 70 eurocent bij meneer?” (Als de klant dat niet heeft, zeg je “Geen enkel probleem meneer”).
- De klant overhandigt jouw 70 eurocent en heeft dus nu in totaal € 15,70 betaald. Je bedankt hem voor zijn betaling. Het geld dat je van de klant hebt gekregen, leg je eerst even apart. Sommige kassalades hebben hier een speciale uitsparing voor met een klemveer of een plateau onder het numerieke toetsenbord.
- Je geeft nu de klant zijn wisselgeld terug, in dit geval dus 3 euro. Terwijl je dit doet, tel je mee. “Drie euro meneer, dat maakt samen weer 15 euro 70. En uw bon, altublieft meneer.” Je overhandigt apart de kassabon. “We maken de bestelling zo snel mogelijk voor u klaar.”
- Pas als de hele transactie is voltooid, doe je de betaling van de klant in de juiste vakjes van de kassalade.
Tips
Als jouw dienst begint, kijk dan even goed of je voldoende wisselgeld in de kassa hebt. Het is voor jezelf – en mensen die tijdens een drukke piek in de rij staan te wachten – erg vervelend als je tussendoor geld moet wisselen bij jouw collega’s of de baas.
In steeds meer bedrijven worden bankbiljetten via infrarood op echtheid gecontroleerd, omdat er veel valse eurobiljetten in omloop zijn. Als dit het geval is bij het bedrijf waar jij werkt, overleg dan met de baas of bedrijfsleider over de te volgen procedure. NB: Er zijn namelijk klanten die het vervelend vinden dat gecontroleerd wordt of hun geld wel echt is.
Veel fastservicebedrijven accepteren geen bankbiljetten van meer dan 50 euro. Vaak staat dit aangegeven op of bij de kassa. Als iemand toch met 100 euro wil betalen, blijf je vriendelijk. “Meneer, tot mijn spijt mag ik geen biljetten van 100 euro accepteren.” Als de klant niets anders heeft, wijs je eerst op de andere mogelijkheden. “U kunt bij ons ook met PIN of Chip betalen.” Lukt dit ook niet, overleg dan met je leidinggevende. “Momentje meneer, ik moet even overleggen hoe ik dit voor u kan oplossen.”
Resultaat
Door een vaste procedure te volgen, voorkom je fouten.









